(Fragment
uit 'Geluk is voor de dommen')
Ik keek met stijgende verbazing en schrik naar het tv-programma. De
vrouw was nog jong, een jaar of vijfendertig, maar woog zo'n driehonderd
kilo. Wijdbeens waggelend kon zij zich een paar meter voortbewegen
van de slaapkamer naar de woonkamer, maar daar bleef het bij. Het
trapje van vier treden naar de tuin was al jaren onneembaar geworden:
ze kon de treden niet meer zien over haar buik heen. De straat op
gaan was niet alleen fysiek onmogelijk, maar zou ook een joelende
kindermenigte oproepen. Want ze was kolossaal. Maar ondanks de enorme
dikte kon je aan haar gezicht zien dat ze mooi was geweest.
Ze zat half liggend op een grote bank en praatte met verstild verdriet
over haar dikte. Het was geleidelijk gegaan. Ze hield van lekker eten
en kwam uit een Italiaans gezin, waar moeder de vrouw dik hoorde te
zijn. Maar bij haar groeide het maar door en nu kon ze niets meer,
behalve liggend zitten.
`Maar waarom probeer je dan niet een dieet?' vroeg de interviewer.
Ze begon stil te huilen. `Ik doe dat voortdurend,' zei ze, `ik begin
steeds met een kuur. Maar na een week is er nog niets te zien. Het
duurt zo eindeloos lang, en ik zit hier maar en wacht. Ik kan geen
kant uit. En dan ineens ben ik mijn beheersing kwijt en eet ik alles
op wat er in huis is.'
`En Patrick brengt je dat dan?' vroeg de interviewer met een zweem
van kritiek in zijn stem.
Patrick stond naast haar, haar man sinds vijftien jaar. Hij was het
klassieke sulletje. Een mager mannetje in een afgedragen pak. Glad
zwart haar, hoornen bril waar zijn ogen te groot in rondzwommen, dunne
lippen, zeurstem.
`Ik breng haar wat ze wil,' bekende hij, `ik kan het niet helpen'.
Zweet op zijn bovenlip.
`Laat ik het zeggen zoals het is,' hernam de interviewer. `Als uw
vrouw niet vermagert, komt zij nooit meer het huis uit. En er is een
grote kans dat haar hart het begeeft. Dat wilt u toch niet?'
Dit tv-programma draaide om berouw en tranen en dat doel werd bereikt.
Snikkend bekende de vrouw dat zij radeloos was, niet wist hoe het
verder moest, en bang was te sterven. Haar magere loodsmannetje pakte
haar beide handen en blikte desolaat de camera in.
De interviewer beloofde hulp. Deskundigen zouden haar leren weer te
gaan bewegen en minder te eten. Misschien een operatie als dat echt
nodig was. De tranen werden afgeveegd, hoopvolle gezichten bij het
afscheid en een serieus nawoord van de interviewer, recht in de camera:
`Mensen, let op wat u eet en hoeveel u eet. Want voor u het weet is
het voedsel u de baas. Dit was Megaforum, tot de volgende week.'
Ik belde John.
`Kan jij je Maria Marconi nog herinneren?'
`Nog herinneren? Ze is nooit uit mijn gedachten geweest.'***
Een dag later waren we op pad. Onze Maria was in nood! John en
ik waren op de middelbare school haar trouwste aanbidders geweest.
Niemand was zo mooi als zij. Pier Angeli misschien, op wie zij ook
leek. Een echte Italiaanse schoonheid, met gitzwart glanzend lang
haar, porseleinen oortjes, grote donkerbruine ogen, een kersenmond,
albasten huid en een figuur als een zandloper. Ze was niet levendig
en uitbundig, ze was een madonna, stil en een beetje uitdrukkingloos.
Dit in de beste zin van het woord, natuurlijk. Ze stal onze harten
zonder er iets voor te doen, en we leefden onze levens dienstbaar
om haar heen: ik hielp met haar huiswerk, John leerde haar auto
rijden, om beurten droegen we haar tas en brachten haar na school
naar huis. Meer zat er niet in, want vader Marconi was een nog steeds
zeer potig ogende ex-boxer en ze had een jonger zusje op school
dat alle escapades meteen aan vader zou verklappen. We probeerden
dat zusje voor ons te winnen en overwogen dat een van ons zich moest
opofferen. John verloor de toss, en daarna nog een best of three
en daarna nog een best of five. Maar ze had een hazenlip en alhoewel
ik het hem natuurlijk maandenlang verweet, heb ik hem nooit echt
kwalijk kunnen nemen dat hij niets deed om Maria's zusje Francisca
te veroveren. Zo bleef onze duo-romance met Maria binnen brave-Hendrik-grenzen.
Erop terugkijkend denk ik dat het misschien niet eens zoveel uitmaakte.
De minder brave paartjes reden 's avonds naar Devil's Balcony, en
keken _ zittend in de auto _ uit over de zee en de aanstormende
branding. En kusten en bevoelden elkaar voorzichtig. Daar bleef
het eigenlijk altijd wel bij, met misschien een enkele verdergaande
uitzondering (ik twijfel). Dan waren onze wandelingen naar huis
met Maria eigenlijk minstens even goede erotische ervaringen. Soms
raakten onze handen elkaar ...