Hans Vervoort. Om zijn naam hangt de klank van vroeger,
en van exclusiviteit, een schrijver voorbehouden aan een
vrij kleine groep liefhebbers. Hans Vervoort is een soort
codewoord, zoals F. Springer dat ooit was voordat hij
beroemd werd, of C.C.S.Crone, of Joop Waasdorp, of
A.Alberts. Allemaal kinderen van de oervader Nescio.
Schrijvers wars van het weidse, auteurs van tumultloos
proza, zuinig in woord en gebaar. Van zulke mensen
verschijnt slechts af en toe iets nieuws. En als er lange
tijd niets verschijnt dan zou het kunnen zijn dat ze zijn
overleden, of geëmigreerd. Je merkt dat niet zo.
Maar zie, Hans Vervoort leeft. Ik was ongeveer gebleven
bij Zwarte Rijst (1977), of misschien Zonnige
Perioden (1994) toen ik de aankondiging las van
Eerlijk is vals. Een nieuw boek, 152 pagina¹s lang,
flink voor Vervoorts doen! Ongetwijfeld te lezen in
één avond, maar liever nog in een paar
avonden. Doe het rustig aan, want zijn volgende werk lees
je waarschijnlijk pas in het bejaardenhuis. Een nieuwe
Vervoort: wat erin staat lijkt minder belangrijk dan dat
er iets in staat. De titel begrijp ik, valselijk gezegd,
niet, en het omslag waarop een ouderwetse losse boord
afgebeeld is, lijkt ook niet voor de hand liggend. Het
doet er niets toe. Het verhaal voegt zich onmiddellijk
naar de lezer. Er wordt direct een atmosfeer getekend die
niet meer overgaat, er heerst een bepaald klimaat dat
feilloos gehandhaafd blijft. Een kwestie van toon, van
pretentieloosheid. De roman zoekt als vanzelf zijn
bedding, ontwikkelt zich snel, trefzeker, zonder dubbele
bodem. De natuurlijkheid van de dialogen, de nergens
gewrongen constructie van de twee verhaallijnen: Hans
Vervoort in actie. In een bijna achteloze stijl (maar dat
is bedrieglijk gemak) vertelt hij hoe de ik-figuur
tenslotte ontdekt dat hij niet de zoon van zijn vader is.
Aanleiding voor veel emotie en misbaar zou men menen. Maar
wat tot een dramatische en verwarrende toestand zou moeten
leiden eindigt in een volstrekt roerloze acceptatie , door
de hoofdpersoon, en ook door de lezer. Het loopt met een
sisser af, zoals bijna alles bij Vervoort. Hoogst
aangenaam eigenlijk.
Hans Vervoort, Eerlijk is vals, Nijgh en van
Ditmar, 2001, Fl 33,95
Volkskrant Magazine (5 mei 2001), © Jan Geurt
Gaarlandt