Over het schrijven van recensies


Mijn ervaring met het schrijven van literaire kritieken dateert uit de jaren '70 en '80.
Ik schreef ze eerst in Vrij Nederland maar bleek na een paar jaar qua opstelling toch teveel te verschillen van Carel Peeters, de hoofd-recensent van het blad.
Hij beoordeelde proza vooral op ideeën-rijkdom, terwijl ik schrijfstijl en verhaal veel belangrijker vond. Mijn uitgangspunt was en is dat je voor goede ideeën, maatschappelijke visie en een dieper inzicht in de mens niet bij schrijvers moet zijn, maar bij wetenschappers en politici.
Schrijvers weten of voelen echt niet meer dan de gemiddelde mens, ze kunnen het alleen beter opschrijven. In hun eigen bestaan zijn ze vaak sukkelaars, drinkebroers en onaangepaste persoonlijkheden, diepe denkers kom je bij auteurs zelden tegen.
Na van Vrij Nederland afscheid genomen te hebben kwam ik bij NRC terecht waar de boekenafdeling toen onder leiding stond van Mr. K.L. Poll. Voor dat blad heb ik met veel genoegen nog jarenlang recensies geschreven.

Noch bij Vrij Nederland noch bij NRC heeft iemand ooit geprobeerd mij te beïnvloeden in mijn meningsvorming en de door Bartho Kriek (1) genoemde druk op een recensent om een boek te prijzen of juist de grond in te schrijven heb ik nooit meegemaakt.
Dat ik als schrijver en recensent buiten de literaire kliekjes stond (ik had een drukke baan, geen tijd voor roddel en achterklap) kan daarbij een factor geweest zijn.

Met de 5 voorwaarden die Kriek aan literaire kritiek stelt kan ik het geheel eens zijn.
Met name in het door henzelf benadrukken van de subjectiviteit van de mening van de recensent schieten de huidige critici vaak te kort.
Zowel vroeger als nu hebben recensenten de neiging zichzelf belangrijker te vinden dan het boek dat zij bespreken en de indruk te wekken dat hun oordeel zo doorslaggevend is dat daarmee het boek zijn definitieve plaats is aangewezen in de galerij van de literatuur.
En dat is onzin.

Zelf schrijver van 2 dozijn romans en verhalenbundels heb ik weinig negatieve kritieken gehad. Maar ik heb me vaak blind geërgerd aan de arrogantie en het onbegrip waarmee recensenten mijn werk beoordeelden. Ook bij positieve kritieken kan je als schrijver vaak zien dat de recensent geen snars begrepen heeft van wat je als schrijver wilde met het boek. En ook dat doet pijn.
Aan de NRC-boekenredactie heb ik dan ook lang geleden eens voorgesteld schrijvers uit te nodigen een reactie te geven als een kritiek hen niet correct leek. Helaas waaide dat idee snel van tafel.


Schrijf je een recensie voor lezers of voor de schrijver?
Wat mij opviel in het stuk van Kriek is het feit dat hij literaire kritieken kennelijk vooral ziet als een reactie vanuit de literaire wereld op het voorliggende boek. Hij probeert aan te geven wanneer de schrijver zich van die kritiek wel of niet iets kan aantrekken en daar zijn de voorwaarden op gebaseerd die hij aan een goede kritiek stelt.
Met die voorwaarden ben ik het eens, maar het doel van een recensie lijkt mij toch een andere dan het aan de auteur aangeven of hij een goed of slecht boek heeft afgeleverd.
De functie van een recensie in een dagblad of magazine of op een website als Literair Nederland is m.i. een andere: de lezer zo goed mogelijk te informeren over de inhoud en de kwaliteit van het boek.
De recensent moet zich naar mijn idee primair opstellen als proeflezer.
Hij probeert aan te geven wat de schrijver met het boek beoogde, illustreert dat via treffende citaten die ook de schrijfstijl laten zien. En hij geeft aan het slot van de recensie aan op welke punten het boek hem beviel of niet beviel qua constructie, stijl of inhoud.
Maar daarbij maakt hij uitdrukkelijk duidelijk een persoonlijk oordeel te formuleren, weliswaar gebaseerd op een grote leeservaring, maar toch: een subjectieve mening.
Als het boek behoort tot een genre dat hij over het algemeen niet waardeert meldt de recensent-proeflezer dat natuurlijk.
Bij een volgens dit recept geschreven recensie hoort de lezer aan het slot van het stuk het gevoel te hebben dat hij weet wat het boek hem te bieden heeft.
En kan dan met wat meer zekerheid besluiten of hij het wil lezen of niet.
Belangrijker dan dit is een recensie niet, naar mijn mening.
Maar helaas, helaas, vinden de meeste recensenten dat hun functie gewichtiger is dan ik hier aangeef.

(1) Dit artikel is eerder geplaatst op de site van Literair Nederland (03-09-2016), als reactie op het artikel 'Over recenseren. PLeidooi voor een goede literaire (vertaal)kritiek' van Bartho Kriek (01-09-2016)

Terug