Hester Albach - Het debuut (1975)

(Recensie van Hans Vervoort in Het Parool, 1975)



Alweer een nieuw nieuw-realistisch talent

 

 

In een geroezemoes van voorpubliciteit (lekker stuk schrijft over haar eerste seksuele ervaringen) is Het Debuut van Hester Albach verschenen. Ik behoor tot het type lezer dat boeken mijdt waar veel publiciteit aan verbonden is, en dat kan natuurlijk niet anders zijn dan super-snobisme. Je mist op deze manier ongetwijfeld veel moois, maar het heeft het enorme voordeel dat je nergens over mee kunt praten en dus in elk intellectueel gezelschap een indrukwekkende stilte met je meebrengt. Maar goed, Hester Albachs debuut heb ik dan toch gelezen, en wat blijkt? Alwéér een nieuw talent geboren in de sector van het Nieuw Realisme.

Het Debuut is een novelle (74 pagina's minus een voorgift van 8 pagina's) waarin de vrouwelijke hoofdpersoon Lotte tot de conclusie komt dat zij zich aangetrokken voelt tot oudere mannen. Ze bezoekt de hoofdstedelijke cafés en luistert met diep plezier naar "Mannen tussen dertig en honderd jaar, die rookten, dronken en praatten over politiek, vrouwen en het leven. In hun ene hand een glas pils en een sigaar, hun andere hand vrij om Lotte, als ze halfdronken zich een weg baande door de menigte, even flink in haar kont te knijpen."

Op een goed moment komt zij in contact met een buurman die iets vaags wetenschappelijks doet. Hij lijkt op Jean-Louis Trintignant en Lotte verleidt hem waar hij bij staat. Gefascineerd maakt ze kennis met de fenomenen van 't seksueel gebeuren: gehijg, wippende billen, iets wat in het donker een dun onderarmpje lijkt, 'n condoom. Het is curieus, een beetje pijnlijk, maar toch beslist iets anders dan het maken van huiswerk. Voor de man is het een halszaak dat de verhouding met zijn piepjonge buurmeisje een geheim blijft, en ook dat is leuk, zolang ze plezier heeft in de geheimzinnigdoenderij.

Na enkele maanden treedt verveling op en Lotte maakt zich koeltjes los van haar minnaar: "Om acht uur toen ze op haar fiets sprong om naar school te gaan, stond Hugo met een huilerig gezicht voor het zijraam van de serre. Hij keek haar na. Lotte schrok, maar toen ze eenmaal de hoek om was, vergat ze het snel. Je doet maar, dacht ze."

Er is een andere oude man in haar leven gekomen, de minstens 30-jarige wiskundeleraar Harry, met progressieve ideeën, maar eigenlijk al even autoritair als nummer 1.

Als hij, aan het slot van het boek probeert te commanderen dat zij geen oud bioscoopkaartje zomaar op straat mag gooien, maakt Lotte haar zelfstandigheid zichtbaar: 'Uit haar zak haalde Lotte alles wat ze weg kon doen. Een kapot kammetje, een zakdoek, een rol drop, bonnetjes van boodschappen. Een voor een gooide ze ze op straat. Ze verscheurde zelfs een tramkaart waarop nog een rit zat. Harry was verbijsterd. Toen ze alles op straat had gegooid, keek ze hem tevreden aan. 'Als je ophoudt met je gezeik, betaal ik een pils voor je.' De stoep lag bezaaid met papiersnippers. Harry keek van Lotte die wegliep, naar de troep die ze had achtergelaten. Eindelijk nam hij een besluit. Hij ging haar achterna."

Het verhaal is uiterst koel geschreven: de hoofdpersoon begrijpt niets van wat die mannen eigenlijk bezielt en kent zichzelf evenmin. Ze handelt puur uit nieuwsgierigheid. Het bewonderenswaardige van dit boekje is dat de schrijfster geen enkele poging doet om er meer dan dit in te leggen: er wordt niet diep en wanhopig nagedacht, er zijn geen pathetische jonge-meisjes-fragmenten. Het enige bezwaar dat je tegen deze novelle zou kunnen hebben is dat het juist door zijn eerlijke rapportering (met de "gevoelsarmoede" van het meisje) hier en daar wat te droogjes is. Als het verhaal tweemaal zo lang was geweest zou de kans groot zijn dat de lezer zijn interesse verloor omdat 14-jarige meisjes met experimenteerlust nu eenmaal hun beperkingen hebben als hoofdpersoon van een verhaal. Maar ook aan deze valkuil is Hester Albach ontsnapt door het verhaal geen pagina langer te maken dan strikt noodzakelijk was, Een prima debuut.






Terug