Johan Fabricius: Achterin de Molukken (1975)

Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 12-07-1975



Nogmaals de gordel van smaragd



Een boek van Johan Fabricius recenseren heeft eigenlijk geen andere functie dan het aankondigen van alwéér een titel van deze veteraan.

Wie Fabricius niet leest zal het vermoedelijk wel nooit meer doen en dat is toch jammer omdat hij een vakman is die er altijd wel weer in slaagt om een verhaal zó te vertellen dat je het achter elkaar uitleest.

De nu verschenen bundel is een verzameling verhalen die in Nederlands-Indië spelen, bekend terrein voor Fabricius die er opgroeide. Zodra hij inheemsen als onderwerp van een verhaal neemt, draait het altijd op bloedvergieten uit en worden de karakters volgegoten met een sombere broeierigheid. Dat leidt wel tot fraaie filmische fragmenten, maar of het helemaal eerlijk is tegenover de bewoners van de archipel lijkt me de vraag.

Een geloofwaardiger indruk maken de verhalen over de blanke kolonialen, die trouwens öök vaak een wat verdrietige afloop hebben (Fabricius is geen vrolijke schrijver). Opvallend is de rol van blanke vrouwen in de verhalen: de mannen kunnen zich nog wel een beetje aanpassen aan het leven onder de koperen ploert, maar de vrouwen blijven zo oer­Hollands dat ze zich er nooit thuis kunnen voelen en alleen maar ellende veroorzaken.



Achter in de Molukken is een uitstekende Fabricius. Er staat een prachtig lang verhaal in over een KPM-scheepje dat 1 keer per 3 maanden op zijn route een Molukkeneilandje aandoet om proviand en post te brengen, en op een keer net arriveert als de vrouw van de jonge controleur - de vertegenwoordiger van het Nederlandse gezag - bevalt van haar tweede kind. Het is een moeilijke bevalling en de aan boord aanwezige arts voelt zich verplicht om bijstand te bieden. Dat leidt tot een fel conflict tussen de scheepsdokter en de kapitein die verder moet, omdat hij anders gedonder krijgt met het hoofdkantoor en met de passagiers die bang zijn hun verbinding te missen.

Ook 'Het spookschip' zal ik niet gauw vergeten, het verhaal van een jonk die gekaapt wordt, totdat de scheepsjongen die zich in het ruim verstopt heeft erin slaagt de rovers de doodschrik op het lijf te jagen. Ze vertrekken, maar hij zit opgesloten. En dan 'De erfenis', waarin een vertrekkende KNIL-man zijn huishoudster overdoet aan een onwillige vriend. Of het prachtige mini-verhaaltje over de papoea die wekenlang met zijn vrouw en jongste kind in een prauw naar Ambon peddelt, om daar het wonder van de film te zien.

Fabricius is geen woord-goochelaar, hij heeft zelfs een tamelijk vlakke schrijfstijl . Mede daardoor lukt het hem maar zelden om zijn personages zö te beschrijven dat je er omheen kunt lopen. Ze krijgen pas dimensies door hun acties in het kader van het verhaal, en dat kan Fabricius erg goed: een verhaal maken waarin de personen zichzelf door hun gedrag beschrijven.



Terug