Kees van Kooten - Hedonia, een opstel (1984)

Recensie van Hans Vervoort in NRC-Handelsblad, 7-12-1984



De Bühnedwang van Kees van Kooten: one-man-show



Vroeger was er het fenomeen van de televisie-recensent, die daags erna beschreef wat iedereen de vorige avond gezien had. Het nut van die stukjes bestond uit een bevestiging van het ondergane plezier of ongenoegen.

Zo'n rol vervult nu degene die het nieuwe boek van Kees van Kooten recenseert. Het is op pakjesavond in tienduizenden exemplaren verspreid en gisteren gelezen. Was het wat? Jazeker, mag ik bevestigen, Van Kooten was weer goed op dreef.

In Hedonia is hij (bij Van Kooten doe ik maar geen poging om schrijver en hoofdpersoon uit elkaar te houden) een week alleen met zichzelf en de kinderen en de honden, omdat vrouw Barbara naar New York vertrok in een poging om idool Woody Allen te interviewen. Licht ontredderd weet hij zich met zijn vrijheid geen raad ("besluiteloos dreutelend verdobber ik andermaal een kostelijke vrije avond, de vierde nu alweer, in l'Embarras du Choix, aan het Mer a Boire") en maakt zich jaloers om wat Woody Allen wellicht in zijn vrouw zal zien: dat hij haar mooi vindt, want dat kan niet anders.

Als oude schoolvriend Frans F. (toevallig net in New York geweest) hem een polaroid komt brengen van Woody Allen en Barbara, leidt dat tot uitputtende studie: "Haar glas is nog vol, de fles is bijna leeg. Californische bourgogne, zo te zien. En ze heeft haar witte doorkijkblouse aan, zie ik plotseling ! Weliswaar onder haar zwarte jasje, maar dan toch! Ik wist niet eens dat ze die mee had, bloos ik en gepasseerd leg ik de Polaroid opzij, ondersteboven." Vele woelingen gaan door zijn hoofd ("Gaf Van Kooten deze vrouw die zeker een komisch groot talent heeft met opzet te weinig kansen?") en dat leidt tot diverse uitweidingen terzijde en diepduiken in herinneringen, terwijl intussen het daagse leven doorslommert.

Eigenlijk is Hedonia een one-man show, een avondvullende geschreven conférence, waarin allerlei scènes, herinneringen en redeneringen losjes aan elkaar geregen worden op basis van het centrale thema: is genieten mogelijk en zo ja, waarom lukt het dan niet? Diverse soorten leuk passeren de revue, van onzedeleuk en per ongeleuk via de bullebak naar het natuurleuk en de bewondering voor ouweleuk Wim Kan, wiens act door Kees van Kooten met volle teugen wordt genoten, als ze eindelijk samenkomen om de fameuze Drs. van Puthovencommercial te doen:

"En wat doen we met het jasje van de Heer van Puthoven? vraagt hij. Ik dacht misschien een Engels colbertje, tweed, maar met een beetje te grote ruit, dat het zakmaarzeggen zo'n man is die in zijn vrije tijd gek is op Engeland. Ik wou ook een paar keer zeggen, dat wil zeggen u moet maar zeggen of u dat leuk vindt, dat ik dan zeg Zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen en dat die man daar niet meer uitkomt. Lijkt u dat leuk? We knikken onze hoofden er bijkans af en leiden hem naar het rek waar Maud twintig colbertjes aan heeft gehangen. Wim Kan speelt kind in speelgoedwinkel. Jasje aan, jasje uit, opgewonden kreetjes.

Zo hoort het, denk ik, zo moet wie humorist heet zich buitenshuis bewegen, elke kamer een publiek, elk gezicht een spiegel en je dwingt ze tot genieten, want een groter plezier kun je de mensen niet doen. Wim Sonneveld kon dat, Freek de Jonge heeft dat ook. Ik wil dat potverjume ook hebben!"



Overdrijving 

Dat is te merken in het boek, je leest het met enorm plezier, maar tegelijk ook met het besef dat de schrijver in zijn achterhoofd maar één ding wil: de lezer plat krijgen, dat die hem leuk of aardig of tenminste onderhoudend vindt. Ook in de beste scènes van Hedonia is die Bühne-dwang zichtbaar en het leidt altijd tot een ietsje overdrijving van de vertedering (de kinderen), de liefde en het gemis (Barbara), de ergernis (de oude schoolvriend Frans F. die een commerciële patser is geworden en in de beschrijving een typetje wordt dat zo door Wim de Bie speelbaar is).

Daarbij komt nog dat Kees van Kooten een publieke figuur is, die daar als schrijver niet aan kan ontsnappen. Hij is een ik-schrijver, hij schrijft lotgenoot-verhalen en moet dan ook zijn hele menagerie in het verhaal brengen: vrouw, zoon, dochter, honden, Wim de Bie (en passant), vader, moeder, het mooie huis, het algeheel succes. 

Je moet van zeer gereformeerde huize komen om daar openhartig over te onthullen en Kees van Kooten kan dat niet. De vele pagina's al dan niet verzonnen autobio worden dan ook volautomatisch gereinigd van alle kwaad. Zoon, dochter, vader, moeder, 'Barbie' - de ik-figuur draagt ze op handen en vertedert ze suikerzoet. Als tegenwicht moet hij van zichzelf een Lul Rozewater maken, een eeuwig behaagziek mannetje dat zijn onhandigheden en problemen dakpansgewijs over elkaar heen legt, zodat er ten slotte toch een knus huisje van zorgelijkheden ontstaat, met superzeurpiet Woody Allen als idool en de nuchtere superieure Vrouw als redding.

Binnen die beperking is ook Hedonia een schitterend boekje, maar zodra Van Kooten buiten dat privé-kringetje komt merk je als lezer dat hij dan ineens veel méér mogelijkheden heeft om scherp en indringend te schrijven. Het blijkt uit het genadeloze portret van Frans F., maar eigenlijk nog meer uit een kleine scène in een koffiebar waar een meisje gebullebakt wordt door haar vriend, omdat ze zich door een garage heeft laten neppen.

"- Mag ik koffie? Ze steekt een bange onderlip naar voren en blaast twee sluike pieken van haar voorhoofd. Pukkeltjes nog. 

- Een nieuwe accu? briest hij, en d'r zat godvergeme net een nieuwe accu in! Hij kijkt eerst zijn vriend aan en dan naar mij, met woeste wenkbrauwen die in een V van verongelijktheid boven zijn harde verwende ogen staan."

Het zou (denk ik) een zegen zijn als Van Kooten zijn schrijf-ik ooit los kon maken van zijn publieke ik en een verhaal kon schrijven waarin hij echt onbekommerd zijn gang kon gaan. 

'Een opstel' noemt Van Kooten zijn boekje en wat die term bij mij wakker roept is vooral het als scholier ontdekken van wat je zoal met woorden kan doen. De meeste schrijvers doen niet veel nieuws meer met woorden, het is een vervoermiddel voor wat overgebracht moet worden en woordkunst leidt maar af. Scholieren en cabaretiers spelen nog met de taal en wat Van Kooten schrijft over zijn verhaaldochter ("ze is nu op de leeftijd dat ze probeert of er aan de achterkant van woorden nog wat te lachen valt") geldt ook voor hemzelf: Het innig genoegen in het net iets misplaatste woord dat in die context een lekker nieuw effectje oplevert. Hij is daarin een virtuoos en het meegenieten met Van Kootens taal-knederij is niet het geringste genoegen dat aan Hedonia te beleven valt.







Terug