Milo Anstadt - De opdracht (1985)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC-Handelsblad, 08-11-1985)



Literair mysterie herbeleefd



Na de oorlog schijnt bij velen nog lang de gewoonte bestaan te hebben om mensen niet alleen te beoordelen op hun sympathieke of onsympathieke eigenschappen, maar op de vraag: zou ik bij hem of haar kunnen onderduiken? Een moeilijk te duiden criterium, een combinatie van moed, loyaliteit, stressbestendigheid, principes en een zekere mate van handigheid. Kom er maar eens om, en wie zijn vrienden of kennissenkring om dit criterium de revue laat passeren stuit al snel op grote vraagtekens.

Milo Anstadt heeft zich die vraag gesteld in een verhaal, waarbij de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting nog eens beleefd worden, maar dan met personages van veertig jaar later. In het eerste deel van deze forse roman wordt de setting beschreven. Hoofdfiguur is de halfjoodse journalist Micha Rostov, een 60-jarige journalist en chef van de redactie buitenland van een Amsterdamse krant. Zijn huwelijk met de nuchtere Hella laat ruimte open voor een reeks van opeenvolgende affaires, comfortabel psychiatrisch verklaard doordat hij als kind opgevoed werd door meer vrouwen tegelijk en dus nooit geleerd had genoegen te nemen met de liefde van één vrouw.  

Tijdens een vriendin-loze periode maakt hij kennis met de charmante maar terughoudende Marileen Nielsen, die in een moment van liefdesdepressie een beroep op hem doet. Micha wordt een eenmansreddingsbrigade die deze damsel-in-distress en haar zoontje met zijn hulp, attenties en dure cadeaus zo ongeveer verstikt maar wel in de gaten houdt wat zijn doel is: Marileen veroveren. Dat lukt onverwacht makkelijk, en te laat ontdekt hij dat Marileen allerminst het hulpeloze schepsel is dat hij in haar vermoedde, maar een egocentrisch persoon die moeiteloos misbruik maakt van anderen.

Anstadt zorgt ook hier meteen voor de psychiatrische verklaring: opgegroeid in een liefdeloze omgeving heeft Marileen geleerd hoe dan ook te overleven en gebruik te maken van haar charme. Ze genereert liefde en verliefdheid, maar kan er niets voor teruggeven, opgesloten als ze is in haar egoïsme. De ene na de andere relatie loopt daarop stuk en in haar wanhoop daarover heeft ze al een paar keer een serieuze poging gedaan zichzelf van kant te maken, zo is ze ook wel weer. Na een reeks vernederingen is Micha's verliefdheid niet meer opgewassen tegen het groeiend besef dat Marileen een ongeneeslijk sekreet is, en hij trekt zich zo waardig mogelijk terug. Marileen heeft alweer een nieuwe vriend en Micha vindt op korte termijn troost bij een vriendin die beter in zijn psychiatrisch profiel past. 

Dit moderne milieu (waaruit overigens de hedendaagse techniek zorgvuldig verwijderd is, de personages leven in de jaren dertig) wordt overvallen door de oorlog, en deel twee van de roman gaat over het wedervaren in die tijd. Micha en zijn omgeving komen in het verzet terecht, aan Marileen gaat de oorlog grotendeels voorbij, al is zij eerst de vriendin van een verzetsman die aan een hartaanval overlijdt en daarna de geliefde van een verzetsman die naar Engeland oversteekt. Door die relaties krijgt zij toch het aureool 'betrouwbaar' te zijn.

Uit adressen-nood, maar misschien toch ook om het kontakt te herstellen, vraagt Micha haar om een jonge joodse onderduiker op te nemen. Dat leidt uiteindelijk tot een ramp, want Marileen behoort niet tot het type waarbij onderduikers veilig ondergebracht kunnen worden. Ze begint volautomatisch een liefdesrelatie met de jongeman, stoot hem dan weer af, en als hij ten slotte (uitgedaagd door haar) de straat op gaat om de dagelijkse boodschappen voor haar te doen wordt hij gearresteerd. Marileen redt zich door de hulp in te roepen van een edelgermaan waarmee zij voor de oorlog een verhouding had en die nu een belangrijke SD-er is. En dat is het begin van dodelijke ontwikkelingen. 

De lezer kon dat mijlenver van tevoren zien aankomen, jammer dat de schrijver dat inzicht niet kon geven aan Micha, die toch nogal analytisch van aard is. En daarmee is ook het zwakke punt van deze roman aangegeven. De Opdracht leest als een trein, het plot boeit en ontwikkelt zich via steeds spannender gebeurtenissen naar het onontkoombare noodlottige einde. Maar het maakt een erg bedachte indruk. De talloze personages bestaan niet echt maar zijn 'case stories' die via de cartotheek van de schrijver ingevoerd worden. Zelfs bij zeer kleine rolletjes wordt meteen een dossiertje gelicht, inclusief het psychiatrisch rapport. Zintuigen spelen in dit verhaal geen rol, het is puur een cerebraal gebeuren, en de eindindruk is dan ook die van een poppenspel met explicatie.

De onontkoombaarheid van het noodlot zie je als lezer van verre aankomen. Dat geeft spanning aan het verhaal (je zou de toch niet domme personages graag willen waarschuwen voor wat ze kennelijk niet zien), maar tast de geloofwaardigheid toch aan, het is teveel een intellectuele exercitie, het kan niet anders gaan dan vooraf is bepaald. Ook stilistisch levert dat een verarming op, veel uitleg-dialogen en weinig echt contact. Toch heb ik De Opdracht met grote nieuwsgierigheid gelezen, want het basisidee (hoe gedragen mensen zich in oorlogstijd) is boeiend genoeg.







Terug