Boudewijn Büch - De kleine blonde dood (1985)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC-Handelsblad, 14-02-1986)



Onverbloemd autobiografisch



Boudewijn Büch, de supersalesman van de Nederlandse literatuur op de vaderlandse TV roept bij mij beelden op van onsamenhangend enthousiasme, die het moeilijk maken om onbevangen een boek van hem te lezen. Met enige tegenzin begon ik dan ook aan De kleine blonde dood en zag steeds dat verouderde page-hoofd voor me: "Hier een prachtige verhalenbundel van Hans Andries! Geen gezicht! Zo heet het en het is een prachtige bundel verhalen! Vind ik! En dan heb ik hier...." Maar zijn eigen boek viel heel erg mee.

Of Büch echt schrijven kan, zal later ooit nog wel eens blijken. In dit verhaal staan nogal wat moeizame zinnen en onnodige terzijden, maar die vallen weg tegen de overdaad van schrijvers' goudmijn: Zijn treurige jeugd en later leed. Onverbloemd autobiografisch beschrijft hij de relatie die hij had met zijn vader en de korte tijd waarin hij zelf de vaderrol vervulde. Büch senior was een Duitstalige jood die voor de oorlog naar Nederland vluchtte en daar trouwde met een Italiaanse emigrante. Tijdens de oorlog verrichtte hij heldendaden die hem veel onderscheidingen opleverden, maar na de bevrijding bleef hij zo door het verleden bezeten dat hij een ramp werd voor het gezin.

In de eerste helft van de roman wordt die terreur van het onverwerkte verdriet beklemmend beschreven. Een schoolexcursie waarbij de jonge Boudewijn mogelijk een stap op Duitse bodem zou zetten brengt zijn vader tot razernij, een leerzaam uitje naar het Legermuseum wordt een ramp en op Prinsjesdag belaagt vader de Gouden Koets. Thuis heeft hij zijn eigen geheime museum. Als een oudere broer van Boudewijn daar tijdens zijn afwezigheid in is doorgedrongen, merkt hij het meteen en volgt de zoveelste scène van uitzinnige woede:

"Razend, in zijn gitzwarte ogen stonden grote tranen. Zijn handen verraadden aanstormend geweld: 'Wie heeft er in de kast gezeten? Jij? Jij? Of jij?' Mijn één na oudste broer sprak met een bevend en benauwd stemmetje: 'Ik, Vati...' Hij begon mijn broer te schoppen, te slaan. Mijn moeder kwam tussenbeide. Stoelen door de ramen, gebroken schotels en schalen, pleisters en blauwe ogen. Het duurde deze keer heel lang. Hij sloeg almaar door en schreeuwde: 'En wat heb je gezien! Wat heb je gezien?' Het gehele huiskamerinterieur lag ontredderd door elkaar. Mijn broer, die met zijn hoofd op een omgekeerde stoel lag, hakkelde huilend: 'Allemaal naakte dode mensen in kuilen. Prikkeldraad. Concentratiekampen, honden en militairen. Rijen naakte mensen op perrons. Waarom bewaart u dat allemaal?' Mijn vader leunde tegen een kast, mijn moeder zat ineengedoken aan tafel en snikte: 'Zo kunnen we toch niet doorgaan! Waarom moeten de jongens er nu ook nog onder lijden? We kunnen er toch allemaal niets aan doen?' Mijn vader was een kleine man. Na een driftaanval leek hij altijd nog kleiner en nog donkerder. Hij verliet de kamer, stommelde de trap op en na een minuut of tien probeerde mijn moeder orde op zaken te stellen. 'Zeg maar niks meer jongens. Kom, we ruimen de boel op. Zonde van die mooie schaal. Laten we maar een glaasje limonade maken. Ik wou dat ik dood was. Hoe lang moet dit nog zó doorgaan?'"

Later in het verhaal blijken vader en moeder gescheiden te zijn, waarna Büch senior nog vier huwelijken aangaat, en zeer rijk wordt. Dat klopt niet erg met de terminale gek uit de jeugdherinneringen en Büch laat hier veel vraagtekens open, al geeft hij een overtuigende beschrijving van een herontmoeting met zijn vader, vele jaren later, als deze met een 18-jarige Deense getrouwd is.

"De kleine, gitzwarte en driftige man was grijs als een duif geworden. Ofschoon hij niet eens zestig jaar oud was, liep hij moeilijk. Hij had twee infarcten achter de rug. Hij werd bemind door een vrouw die mij direct niet lag en met wie hij tortelde als een middelbare-schooljongen."

Het hernieuwde contact duurde maar kort, want Boudewijn's homofilie, drugsgebruik en ander modern gedrag brengen vader in de buurt van zijn derde attaque.




Lerares

Als pendant van de verhouding die hij met zijn vader had, heeft Büch in De kleine blonde dood ook het verhaal willen vertellen van de verhouding van de jonge Boudewijn met zijn lerares Engels, het kind dat daaruit voortkwam en op 5-jarige leeftijd aan een tumor overleed, en de problemen van niet-geaccepteerde homofilie die deze relatie startte en opblies.

Van die twee door elkaar heen lopende verhalen is dat over de vader veruit het sterkst. De schrijver heeft wat afstand genomen, haat en compassie zijn vermengd. Büch senior komt tot leven al blijft hij in veel opzichten een raadsel. In het verhaal over zijn zoontje Micky (de kleine blonde) komt Büch niet verder dan de herinneringen van een trotse vader, en het tussendoor veel gif spuiten in de richting van moeder Mieke (de lerares Engels) die de homofilie van haar partner niet accepteert, zich in de alcohol stort en het kind tekort doet. Een oude controverse wordt hier zichtbaar eenzijdig op papier gezet, een rekening vereffend.

De twee verhalen hebben weinig méér met elkaar te maken dan dat ze allebei kennelijk autobiografisch zijn. En omdat ze beide sterk genoeg zijn een héél boek te dragen, hindert het een de ander in De kleine blonde dood.

Dat is jammer. Een ander probleem is dat Büch's literaire preoccupatie hem onzeker maakt over de kwaliteit van zijn eigen schrijverschap. Dat is merkbaar aan de vele tussenzinnen waarin hij nog eens extra duidelijk maakt wat hij in het voorafgaande al beschreven heeft.

Als Boudewijn uiteindelijk besloten heeft Micky te laten overlijden door akkoord te gaan met het stopzetten van de apparaten die het kind in leven houden, eindigt hij dat volstrekt overtuigende en verdrietige relaas met 'Toen ik thuis de keuken binnenkwam, kreeg het leed dimensies waarover ik nooit heb kunnen schrijven.'

Zo'n zin mag eigenlijk niet in een boek voorkomen, want het is dan te vroeg geschreven. Voor een deel van deze roman, met name de geschiedenis van Micky, geldt dat zonder meer. Maar het verhaal over vader Büch lijkt me moeilijk te verbeteren.





Terug