Jan Stavinoha - In goede handen (1984)

Recensie in NRC Handelsblad (17-08-1984)

 

 

Balling in Nederland

Met de toename van het aantal tweede-generatie-allochtonen zullen we over een paar jaar een nieuwe categorie literatuur krijgen, de ongetwijfeld bittere verhalen van de Jonge Turken in de Nederlandse samenleving . Nu moeten we het nog doen met enkele uitschieters van de eerste generatie, zoals de Portugese ex-balling Rentes de Carvalho die in Waar die andere God woont zijn ergernis over Holland en de Hollanders op papier zette.

In dat van-de-ene-verbazing -in-de-andere genre valt ook de roman In goede handen van Jan Stavinoha. Hoofdpersoon is Viktor Mavek, een jonge Tsjech die in de rommelige dagen van de Praagse revolutie en de Russische inval een mand eieren ging halen in een naburig dorp. Liftend kwam hij terecht in een touringcar met Hollandse toeristen die meenden dat hij het land uit wilde.

"Wat er precies bij die grensovergang gebeurd was, had hij nooit goed begrepen. Later had de gids hem verteld dat ze hem appelsap met iets kalmerends hadden gegeven, omdat het iedereen in de bus wel duidelijk was dat hij psychologisch niet voldoende op de emigratiedaad voorbereid was. Maar dat had hij pas gehoord toen hij wakker werd, in Neurenberg."

Zo wordt Mavek tegen wil en dank vluchteling , want zijn vaderland heeft hem natuurlijk als deserteur genoteerd. Hij komt in Nederland terecht, krijgt een Talenpracticum van 3 maanden toegediend en mag dan zijn eigen plek gaan zoeken in de grote stad. Hij vindt een huurkamertje en leidt daar een verweesd en verwonderd bestaan temidden van een cultuur waar eigenlijk niet veel op aan te merken valt, behalve dat hij zich er niet in thuis voelt. Hij kan een uitkering krijgen, zich inschrijven voor de universiteit, in volle vrijheid zijn gang gaan. Maar hij speelt mee in een toneelstuk waarvan hij als enige de tekst niet kent, en moet improviserend zijn rol invullen. Vooral zijn onderbuurvrouw, de labiele Els Kouwenhoven en haar aktievoerende en stickies-rokende broer Otto zorgen voor veel onbegrijpelijkheden. Hij gruwt van hun eetgewoonten, de troep waarin zij leven, en het raadselachtige gemak waarmee men in andermans bed belandt.

Paddestoelen

Als hij zich vastklampt aan de geruststelling van het maken van een echt Tsjechisch gerecht leidt dat alleen tot verdere vervreemding. De eerste keer worden de moeizaam in het bos gezochte paddestoelen in beslag genomen door een ferme dame van de vereniging 'Mensen in Nood', die hem erop wijst dat in Nederland veilige champignons uitsluitend bij de erkende groenteman betrokken worden. De tweede keer heeft hij een perfecte Székely-goulash gemaakt en presenteert die hoopvol aan zijn onderbuurvrouw.

"Het smaakt me goed, weet je", merkte Els tevreden op. Mavek keek naar haar bord. Alle knoedels waren fijn geprakt en met het vlees krachtig tot een grauw uitziende pap geroerd. Haar portie zag eruit alsof het al een keer gegeten was." Stavinoha beperkt zich tot dergelijke kleine gebeurtenissen. Een treurig makend bezoek aan Els' vader in een bejaardentehuis, een satirisch verslag van een slecht georganiseerde vluchtelingen -demonstratie, ontmoetingen met lotgenoten die wat vrolijker gebruik maken van de riante faciliteiten van het gastland. Het boek eindigt met een hysterische aanval van Els Kouwenhoven en haar opname in een kliniek. Mavek speelt ook in die gebeurtenissen een rol die hij niet begrijpt, en besluit te verhuizen. Hij trekt in bij een Tsjechische mede-balling . Het universitaire jaar nadert, wie weet leert hij nog plezier te krijgen universitaire jaar nadert, wie weet leert hij nog plezier te krijgen in het leven in een land waar hij niet thuis hoort.

Aangekondigd als 'roman' is dit boek beslist niet geslaagd. Daarvoor is het te brokkelig en ook wal te oppervlakkig. De Hollanders zijn karikaturaal, dat kan niet anders en hoort bij het verhaal. Maar ook Mavek wordt nogal oppervlakkig beschreven, met een minimum aan eigen karakter en biografische details. Hij is de vleesgeworden bevreemding, en na een tijd lezen begint dat te vervelen, want het is natuurlijk nogal logisch dat het leven in een vreemd land raadsels oplevert.

Stavinoha heeft al schrijvend kennelijk geen keus kunnen maken tussen satire, aanklacht en levensverhaal , en dat is zeer merkbaar. In de satirische gedeelten is de stijl hier en daar wat opgelegd schoolkrant-komisch. Dat kan nauwelijks anders als iemand in een vreemde taal humoristisch wil zijn, de eindredactie van Ilja Veldman heeft dat helaas niet kunnen verhinderen. Toch is het geen slecht boek. Ondanks de beperkingen van stijl en inhoud is In goede handen leesbaar, aardig, sympathiek. Maar daarmee is ook wel alles gezegd, een diepe indruk laat het niet achter.

Terug