Eelke de Jong - Dorpsschetsen (1973)

(Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 08-12-1973)

 

 

Flarden dorpsmuziek

 


Eelke de Jong woont in Giethoorn en schrijft sinds jaar en dag stukjes in de Haagse Post over het leven op het platteland.
De Bezige Bij gaf een (tweede) bundel van De Jongs Dorpsschetsen uit (een mooi boekje met een echt hard kaft en veel sfeervolle tekeningen van Peter van Straaten) en als je het leest is het zonder meer duidelijk dat hij een van de allerbeste schrijvers is die we in Nederland hebben. Dat hoeft niemand klakkeloos van me aan te nemen, want het is via citaten makkelijk aan te tonen.

De Jong heeft zo'n vijf onderwerpen waarnaar hij telkens terugkeert. Natuurlijke wreedheid bijvoorbeeld: "We liepen achter de ploeg met mijn oom en opeens lag er een nest jonge muizen in de voor. De ploeg had ze uit de grond gehaald. De oude muis rende hard weg. 'Die komt zo wel terug', zei m'n oom. Hij kreeg gelijk. Ze verborg zich achter een kluit aarde, toen ze ons zag, maar waagde zich ten slotte toch bij haar jongen. Die beten zich vast in de vacht van de moeder, en toen ging de ouwe er, zo hard ze kon, vandoor. Maar mijn oom was haar te vlug af. Hij zette er zijn klomp op. Dit was de plicht van de landbouwer."

Ook eigenaardige dorpsgenoten treden regelmatig op: "Hij had een advertentie geplaatst, voor een huishoudster. Er kwam een vrouw uit de stad. Ze joeg de geiten naar buiten en begon te schrobben en boenen. De oude zag het aan. Hij kon zich niet beheersen. En opeens was hij boven op haar gesprongen. Ze was er vandoor gegaan, met achterlating van haar koffer. Toen ging hij haar kleren dragen. Maar de kleren konden ook afkomstig zijn van z'n moeder, of van een meisje, waarmee hij vroeger verloofd was geweest. Iemand ging vragen of zijn geit door de bok van de oude man kon worden gedekt. De man zat in vrouwenkleren aan tafel. Hij dacht, dat hij veranderd was in een vrouw."

Onverhoeds gaan de verhalen ook vaak over in bijgelovige anekdotes: "'Ik wil wedden dat je nu niet in het donker naar het kerkhof zou durven', zei de boer. 'Waarom niet?' Ik heb niks op mijn geweten.' Als teken dat ze er was geweest zou ze een stok in het graf van de knecht steken. In het donker, tegen regen en hagel in, zocht ze haar weg. Er was geen sterveling meer op de been. Bij het graf duwde ze de stok in de grond. Wilde weglopen, maar werd bij haar rok vastgehouden. Hoe ze ook trok, ze kwam niet los. De volgende morgen ging Steek kijken waar ze bleef . Ze lag, bleek, op de grond die nog zwart was. Hij wilde haar op helpen, maar ze zat vast. De stok was door de zoom van haar rok gegaan. Toen ze later bijkwam , had ze haar spraak verloren."

Voor de rest is het boek gevuld met gewone dorpsgebeurtenissen (een kip op hol, een ruzie in het café) en enkele al te schuchtere pogingen tot jeugdherinneringen, alles overgoten met de raadselachtige sfeer die De Jongs stijl kenmerkt. Neem het volgende citaat: "Er komt een meisje het café in, dat er ouwelijk uitziet. Het haar zit opgerold in krulspelden. Het gezicht heeft een norse uitdrukking. Van mannen moet ze niet veel hebben. 'Aan mijn lijf geen polonaise.' Ze komt 's avonds laat binnen. Meteen gaat ze weer weg. 'Heee!' roepen de mannen. Maar ze kijkt niet om. 'Die meid is zo sterk als een paard.'"

Een prachtig tekstje dat De Jongs economische manier van schrijven goed demonstreert (ergens in het boek staat ook het zinnetje 'hij had grote handen en pakte alles voorzichtig aan', wat wel ongeveer de kortste manier zal zijn om iemand helemaal te beschrijven).
Toch heb ik niet helemaal vrede met dit boek, want de economie gaat iets te ver. De Jong volstaat met flarden tekst die hij losjes aan elkaar rijgt. Het doet denken aan een tv-uitzending over schilderijen, waarbij alleen details worden getoond (een dansende boer, een krekel die opgevreten wordt, een wijzende man) zonder dat men de moeite neemt het totaal te laten zien.

Op den duur gaan die fragmenten vervelen, hoe mooi ze ook zijn, en wil je wel eens een langer verhaal waarin de personen niet alleen even getoond worden maar ook echt een rol spelen. Ook De Jongs beduchtheid om zichzelf een rol toe te kennen (en daardoor een bindend element tussen de schetsjes te vormen) werkt deze lichte irritatie in de hand. Dat neemt niet weg dat Dorpsschetsen een prachtige bundel is en men hoeft het niet achter elkaar uit te lezen.

Terug