Dimitri Frenkel Frank - Ljoeba's buik (1973)

(Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 24-11-1973)

 

 

 

Salonbuik



Het nieuwe boek van Frenkel Frank, daar ga je toch wel even lekker voor zitten, want die man die kan er wat van. Maar helaas, het schrijven van een boek is kennelijk toch weer iets heel anders dan het schrijven van sketches en toneelstukken. Het kostte me twee uur hard werken voor ik aan de slotpagina toe was, maar toen had ik het boek dan ook voor eens en voor altijd gelezen.

Het gaat over een dikke drs biblotheekambtenaar Bonzo de Vries, die vage kunstzinnige connecties heeft (hij is lid van de Kring) en een gedichtenbundel in zijn verleden. Zonder dat hij dat eigenlijk wil wordt hij van zijn vrouw gehaald door de broodmagere Ineke Hengst die een leeg bed heeft omdat haar man op zolder bezig is te verinnerlijken en letterlijk aan zichzelf te ontstijgen: aan het slot van het boek heeft hij het plafond bereikt en valt zich in een moment van twijfel een breuk.

Of nee, eigenlijk gaat het vooral om Nikki Sjarpkin, een decadente Russiche schrijver die ooit in een balorige bui een satirische roman heeft geschreven en daarvan een deel heeft voorgelezen aan Ljoeba, een dissidente waarvan Frenkel Frank niet vaak genoeg kan vertellen hoe opwindend haar welvingen wel zijn. Ljoeba papt met Nikki aan, in de hoop hem zover te krijgen dat hij het boek in het Westen laat uitgeven. Bonzo de Vries die om onopgehelderde redenen in Rusland is (het zal wel ergens in een klein hoekje staan, maar het is me ontgaan) wordt in het plan betrokken, maar samen met Nikki komt hij tot de conclusie dat het manuscript beter verbrand kan worden dan dat ze zich aan enig gevaar bloot stellen.

Gelukkig is het manuscript ooit gefotografeerd (ik heb geen idee door wie, want het verhaal is vergeven van de dubbel-dubbel-spionnen die onmogelijk uit elkaar te houden zijn) en het blijkt mogelijk om dit filmpje onzichtbaar af te drukken op Ljoeba's blanke buik. Tijdens die fotografische procedure komt zij voor het eerst van haar leven echt klaar, wat me erg doet denken aan een episode uit een eerder boek van Frenkel Frank, waar ook een koele dame aan haar gerief komt tijdens het inzoemen van een camera. Maar dit terzijde.

Direct nadat Ljoeba's buik bedrukt is verplaatst Frenkel Frank met het aplomb van de ervaren schrijver de hele cast naar Amsterdam, waar ze al even onduidelijk door elkaar blijven lopen als in Rusland. Uiteindelijk wordt contact gelegd met de kapitalistische verrader professor Karel van het Reve en de anti-marxistische renegaat Nico Scheepmaaker, die ervoor zorgen dat Ljoeba's onzichtbare opdruk wordt vereeuwigd door de ultraviolette camera van de lange elegante fotograaf Paul Huf.

De eerste 15 pagina's leveren geen problemen op, maar terwijl Ljoeba bloot voor de lens ligt verliest zij plotseling haar al even onverwacht in het boek opgedoken liefde voor Nikki en dan gaat het mis:
"De lange fotograaf keek door de zoeker en draaide, onverstaanbaar mompelend, aan het apparaat. Toen rende hij de studio uit, verscheen met de twee heren, heftig gepraat, gebaren. De kleine , blonde met de bril - Scheepmaaker - tuurde door de zoeker, de lange, magere had een korte, scherpe lach, die klonk alsof hij zich toch al niet verbazen zou als de zon op een ochtend vergat op te komen. 'Wat is er?' vroeg ze in het Russisch. Scheepmaaker verliet de zoeker een staarde rechtstreeks naar haar buik. 'Het boek is weg,' zei hij."


Ik geloof dat ik de inhoud zo wel ongeveer in globale lijnen ruwweg heb neergezet, zij het natuurlijk met wat verlies aan detail. En de pest is dat die details juist de hoofdmoot van het boek vormen. Er wordt wat afgekletst, gelachen, nagedacht en bezichtigd in deze 300 pagina's zonder dat je er als lezer hoogte van krijgt waarom Frenkel Frank je door die brij heensleept: het is meestal niet van belang voor het verhaal en ook niet leuk of zelfs maar interessant.
Ik ben altijd bereid om grote bewondering op te brengen voor mensen die zoveel pagina's boek kunnen vullen, maar bij iemand als Frenkel Frank kan ik toch niet het gevoel onderdrukken dat die uitbarsting van energie tot een betere resultaat had kunnen leiden als hij echt aan het schrijven was gegaan in plaats van te lonken naar vrienden, kennissen en andere lezers.
Sommige trompettisten hebben de gewoonte om een zoethoudertje voor de uitlaat te houden en dan zachte, aangenaam neuzelende geluiden als bijdrage aan het orkestgebeuren te leveren. Af en toe krijg je het gevoel dat ze zichzelf daarmee te kort doen. Zo'n gevoel had ik ook bij het leven van Ljoeba's buik.



Terug