Rudolf Geel - De Vrouwenbron (1986)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC Handelsblad, 14-03-1986)

 

 

Melancholieke terugblik

 


Jezelf opvoeren in een zogenaamd door een ander geschreven verhaal, en dat verhaal dan wat pissig corrigeren in een lang naschrift, dat is wat Steven Tetterode doet in de nieuwe roman van Rudolf Geel, De Vrouwenbron.
Het levert een aardige puzzel op, waarbij fictie op waarheidsgehalte wordt getoetst. De lezer wordt zo meegevoerd door de discussie over wat er nu wel of niet klopt, dat hij allengs vergeet dat àlles verzonnen is, of ten minste niet waar.

Zoals gemeld bestaat De Vrouwenbron uit twee gedeelten, afgezien van een korte inleiding. Het eerste verhaal 'De inwijdingen' vertelt over drie studenten in het begin van de jaren zestig, vóór de revolutie. Steven Tetterode en Sandra Wiechman studeren Nederlands, Hugo Penning geschiedenis en ze trekken veel met elkaar op. Het is de tijd van zolderkamers en strenge hospita's, Charlie Mingus, Luns en De Quai, Franse kaas als culinair avontuur, in het weekend de vuile was naar je ouders brengen. Vol verwachting klopt het hart, maar het leven is nog niet echt begonnen.

Steven is van plan schrijver te worden en bezig met zijn eerste boek, dat voortdurend van inhoud verandert, maar hem in elk geval de kans geeft te dromen van een toekomst als beroemdheid: "In de Lucky Star was een tafeltje vrij. Zij bestelden pils, die zij uit geldgebrek lieten verschalen. Vaak kwamen beroemde schrijvers binnenlopen, in een stille omgang, om te kijken of zich hier soms meisjes ophielden die zij nog niet kenden." Sandra is een braaf meisje dat plichtmatig haar best doet en een dagboek bijhoudt "zodat zij nu van jaar tot jaar kon nalezen hoe weinig er in haar leven gebeurd was".

Het is een daad van bevrijding als zij op een dag haar gebruikelijke weekend-trip naar het Bussumse ouderlijk huis maakt en halverwege terugkeert. "Het was zaterdagavond. Voor de eerste keer in haar leven bracht zij deze door slechts in gezelschap van zichzelf." Hugo woont bij zijn francofiele moeder, die hij steeds verder van zich afduwt. Het was de tijd dat ouders nog een rol speelden in het leven van volwassen kinderen. "Hugo wilde dat hij de dingen die hem dwars zaten, die niet deugden, kon samenvatten in één woord. Zoals Mingus deed, met zijn rauwe stem. Alleen al om zo te klinken zou hij zich tien jaar achtereen iedere nacht moeten laten vollopen met absint en spiritus. Maar dat ene woord. Dat anderen zouden opvangen en verspreiden. Zeggend: dit is het woord dat Hugo Penning ons gegeven heeft."

Er gebeurt niet veel in 'De inwijdingen', maar het is een mooie melancholieke terugblik op de studententijd van wat de 'stille generatie' genoemd werd. Terwijl Hugo slabakt houden Steven en Sandra zich bezig met de studieopdracht te bedenken hoe de minnaar van Beatrijs ongemerkt door de poort van een middeleeuws stadje kon wegkomen na sluitingstijd. De opdracht is afkomstig van docent Vlögel, een al wat oudere man die zijn kwetsbaarheid achter ironieverbergt en een ontroerende poging doet om Sandra te benaderen: "'Ik ben onder de indruk van uw ernst', ging hij verder, spelend met een lepeltje. 'Ik wil het niet te zwaar maken. Maar het is zo. Eengevoel van herkenning. Ik ga nu heel ver. Dat begrijpt u wel. Wilt u coulant met mij zijn? Kunt u dat?' Zij keek omhoog, opzij. Zijn wangen hadden een roze kleur gekregen."

Als Hugo's moeder overlijdt raken de levens van het drietal in een stroomversnelling en breekt het verhaal af in een epiloog. Hugo is gestopt met zijn studie en journalist geworden, Steven heeft zijn boek gepubliceerd gekregen maar is niet beroemd geworden, Vlögel en Sandra hebben elkaar gevonden en gaan samen op pad om in verre middeleeuwse kloosters te zoeken naar onbekende manuscripten.

Reactie
Het tweede deel van de roman is een reaktie op 'De inwijdingen' en geschreven door de Steven Tetterode die in het eerste verhaal een rol speelde, maar naar eigen zeggen heel anders heet. Trouwens, Sandra Wiechman die met 'De inwijdingen' een laat literair debuut maakte, heeft wel méér verzonnen. Eigenlijk klopt er niets van het verhaal en Steven heeft zich vooral geërgerd aan de manier waarop hijzelf getekend is, als jong ambitieus schrijvertje. Stevens literaire werk blijkt tot dat debuut beperkt gebleven te zijn. Intussen zijn twintig jaar verstreken, hij is collega geworden van Vlögel, die tussen haakjes nooit iets met Sandra gehad heeft, en hij heeft het gevoel dat zijn leven voltooid is, al gaat het nog lustig verder. Het boek dat zijn oude studiegenote schreef brengt hem die tijd weer in herinnering en zet hem aan het schrijven over toen en nu. 

In de herinnering je jeugd herbeleven en daardoor weer opnieuw jong worden, dat is de symboliek van het schilderij 'De vrouwenbron' (Lucas Cranach, 1546) op de omslag van het boek. Maar wie is dat gegeven? Hugo is na een mislukt huwelijk met Sandra buitenlands correspondent geworden en zendt Steven af en toe een kaartje. "Een groet uit Tokio. Uit Brussel. Een hand boven water. Zoiets." Steven blijft steken in zijn comfortabele heden en komt niet veel verder dan rancune tegenover Sandra die hij nog enkele jaren geleden geregeld zag totdat zij het contact verbrak. Sandra is de enige die de bron gevonden heeft en dankzij haar jeugdherinneringen een boek schrijft dat voor haar een nieuw begin is.

De Vrouwenbron is geen wereldschokkend boek, maar een geslaagd werkstuk van een goed schrijver, en het geeft vaak en op onverwachte momenten de ontroering die alleen de betere boeken teweeg kunnen brengen.

Terug