Jan van Gelder - Een nieuw huis (1974)

(Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 19-04-1975)

 

 

De dingen die voorbijgaan

 


"Cette Manon avec ces amours anandrines ..." zei ik, nadat wij nog een glas te warm geworden champagne hadden gedronken.
"Wij zijn in een stemming van ondergang", zei Elly, "wij wilden in dit huis ons eigen leven leiden, maar dat is voorbij. De reis met Eva is een symbool. En die grijze haren vanmorgen zijn ook een symbool. Ik houd op met tennissen."
"Maar dat is toch niet nodig! Aan die grijze haren is wel wat te doen."
"Ik weet het en ik zal het ook doen. Dan ben ik een vrouw van veertig met een spoelinkje. Maar ik wil geen nederlagen meer lijden tegen jonge vrouwen en ook niet in de gemengde doubles jonge mannen ergeren met mijn misères."


Een fascinerend Haags gesprekje uit de tweede roman (nou ja, kingsize novelle ) van Jan van Gelder, vol warme zomeravonden met long drinks op het gazon, langdurige en nauwelijks verborgen liaisons  weemoed om de verglijdende jaren en een emotionele bloedarmoede die leidt tot filosofisch gepeins.

Volgens de foto op de achterflap is Jan van Gelder een grijzende heer van het beminnelijke en allesbegrijpende type. Hij debuteerde drie jaar geleden, in 1972 en als je zo laat tot schrijven komt biedt dat vele voordelen. Zo kan Van Gelder het zich permitteren om kostbaar materiaal in enkele regels cadeau te doen aan de lezer:

'Wij woonden in het grachthuis met zijn meer dan twintig kamers, dat aan mijn
vader toebehoorde. Wat voor leven hij zich had voorgesteld toen hij met zijn jonge vrouw dit huis betrok, wist ik niet, maar in elke geval mislukte het omdat de jonge vrouw stierf. Ik was toen een baby en werd uitbesteed bij familie in de provincie. Mijn vader vestigde zich in Parijs, waarheen hij mij in mijn negende jaar liet overkomen en waar ik de lagere school bezocht. Daarna werd mijn aanwezigheid hem, in verband met zijn zaken, toch te lastig. Hij stuurde mij naar Holland terug en ik kwam weer in mijn geboortehuis te wonen, waar een nicht die mij als baby de fles had gegeven en die ik tante Emmy noemde, de huishouding liet besturen door 'onze Marie', een vrouw van destijds achter in de veertig, wier hulp door iedereen in de familie die hulp nodig had, werd ingeroepen. Ik kreeg een mooie kamer die met openslaande deuren uitkwam op een grote achtertuin. Daar leefde ik eenzaam met mijn boeken, mijn gedachten en mijn aangeboren melancholie, totdat in het laatste trimester van mijn derde schooljaar (ik bezocht de HBS) Elly door de directeur in onze klas werd binnengeleid.'


Hier worden toch eventjes een paar romans en enkele korte verhalen samengevat, een royaal gebaar dat jongere schrijvers zich niet zo gemakkelijk kunnen permitteren. De anekdote die Van Gelder tenslotte na enig aarzelen in deze roman uitwerkt, betreft de komst van de sportieve en fraai ogende Peter in de Haagse coterie waarvan de ik-figuur en zijn vrouw Elly onderdeel uitmaken. Peter doet zich voor als een rijke Amerikaan die door omstandigheden in Europa vastzit en tijdelijk zonder middelen is. In feite is hij een gigolo en iedereen doorziet hem ook vrijwel meteen. Maar dat maakt hem niet minder aantrekkelijk , en zo slaagt hij erin om toch met Elly een verhouding aan te gaan. De ik-persoon merkt dat best en het zit hem niet lekker, maar zoiets pak je in stijl aan en hij vergenoegt zich er dus mee om te proberen de jongeman aan ander werk te helpen, wat niet lukt.

De drommelse Peter slaagt er zelfs in om bij de Joop ter Heul-achtige bakvis Eva (de dochter van de ik-figuur) interesse op te wekken, zij het dat zij zich voornamelijk vrolijk om hem maakt, zoals Joop ter Heul-achtige bakvissen dat doen.
En ten slotte blijkt ook de oude liefde Marion te vallen voor Peter. Marion is een jeugdvriendin waarmee de ik een bestendige emotionele band heeft. 'Geef mij een zoen, Joost.' Ik nam haar in mijn armen en een ogenblikje gleden onze tongen over elkaar. 'Adieu', zei ze, 'mon secret douloureux, qui me fais languir.'

Gelukkig komt alles na een tijdje vanzelf weer op zijn pootjes terecht. Peter monstert aan op een cruise die door een miljonair bekostigd wordt, en de dames keren terug tot de daagse werkelijkheid.
Ik heb het boek in één adem gelezen, totaal gefascineerd door de kennismaking met een type mensen dat door het brute belastingklimaat van Nederland tot uitsterven gedoemd is.
'Na de dood van mijn vader had ik mij uit zaken kunnen terugtrekken en ik heb daarover nagedacht. In mijn jonge jaren was ik een fervent filosoof geweest en nog steeds lag er in een la van mijn bureau een artikel dat ik in mijn twintigste jaar had geschreven over 'Resignatie en Berusting'. Ik zou daar een boek van kunnen maken. Bij nader inzien zag ik ervan af, omdat ik geen vertrouwen meer had in mij zelf.'

Is het niet om je vingers bij af te likken? Het aardige van dit boek is dat Van Gelder een koele precieze stijl heeft, vormelijk maar trefzeker, die exact past bij de sfeer van het milieu dat hij tekent. Ik hoop dat er nog een paar afleveringen volgen.

Terug