Wim Hazeu Bandijk (1985)

(Recensie Hans Vervoort in NRC Handelsblad, 21-06-1985)

 

 

Dorp aan de rivier

 


Er zijn boeken, waarvan je al lezend beseft dat de schrijver wat boven zijn macht getild heeft, maar die zo goedbedoeld zijn dat de mankementen er eigenlijk weinig toe doen. Bandijk van Wim Hazeu behoort wat mij betreft tot die categorie.

De roman speelt in een dorpje aan de Waal, waar een televisiemaker (door het dorp al snel Den Schrijver genoemd) zich teruggetrokken heeft om te bekomen van het einde van zijn huwelijk: "De vrouw uit de stad was zich van de ene dag op de andere gaan ergeren aan zijn pijptabak en after shave. Hij was zijn mond gaan wassen, nadat hij een pijp had gerookt en bracht de after shave pas op, nadat hij in de auto naar zijn werk reed. En maandenlang had hij het teken niet begrepen".

Den Schrijver dompelt zich onder in de warmte en gemoedelijkheid van het dorpsleven en de gesprekken in café De Zwaan, en stuit op een schuld die het dorp al tientallen jaren met zich meedraagt: de dood van twee bemanningsleden van een neergeschoten Engelse bommenwerper. Op een dag komt de overlevende piloot Peter Snook de begraafplaats van zijn dode kameraden bezoeken en probeert te achterhalen wat er veertig jaar geleden gebeurd is. Het dorp zwijgt tegenover hem, maar wil aan Den Schrijver wel wat meer kwijt: de heelhuids per parachute gelande Engelsen zijn neergeschoten door een Duitsgezinde landwachter.


Den Schrijver komt er achter dat die landwacht inmiddels een prominente positie heeft in het Nederlandse jagerswezen. En met de jagers heeft Den Schrijver een forse appel te schillen. Het videoproject waar hij mee bezig is gaat namelijk over de grote leugen van de jagers, die zich afficheren als beschermers van het evenwicht in de natuur, maar in de praktijk alles om zeep helpen wat voor de loop van het geweer komt.

Hij vat het plan op om de moordenaar van de 2 vliegers te straffen door hem te chanteren in het financieren van het video-project. De chantage loopt uit de hand en als het dorp ook nog getroffen wordt door hardhandige dijkbeschermingsmaatregelen waarbij huizen en natuur rücksichtlos opgeofferd worden, is de arcadische droom uit en weet Den Schrijver dat hij een nieuwe plek moet zoeken om tot "zuiver denken" te komen. Hij vertrekt naar Praag, volgens Wim Hazeu, die verzuimt deze weinig gebruikelijke keus nader uit te leggen.

Een vreemd en overladen boek eigenlijk, deels een poëtische beschrijving van relatieleed, deels oorlogsdocumentaire (piloot Snook beschrijft boeiend en gedetailleerd de laatste tocht van de bommenwerper ), deels thriller, deels brochure over natuurbehoud. In de eenzaamheid van het verdriet over zijn verbroken huwelijk verzint Den Schrijver mooie beelden van de droomvrouw: warm, ongrijpbaar, verlokkend als de rivier waarbij hij meestal toeft als die visioenen ontstaan. En hij registreert de beelden die de natuur geeft:

"Boven de dijk aan de overkant stond de zon. De stralen maakten een oranje gleuf in het grijze water, van oever tot oever. Langpootmuggen kleefden met hun zes poten tegen de ramen en keken onbewegelijk naar binnen. Den Schrijver tikte tegen het raam, maar de beesten bewogen niet. Ze bleven de man in het huisje dreigend aankijken, terwijl achter hun rug spinnen webben maakten die hun de terugweg afsneden."

In die teksten en de beschrijving van het dorpscaféleven is Hazeu het meest overtuigend, maar Bandijk is vooral een tendens- roman over de "misdaad tegen de natuur" die door jagers en overheden wordt bedreven. Tendens-literatuur vervalt snel in een van-dik-hout-zaagt-men-planken-stijl (in dit verband een wat ongelukkige term) en daar lijdt Bandijk nogal aan. Te pas en te onpas wisselen de personages statistieken uit en dat leidt tot curieuze conversaties als de volgende, waarin Den Schrijver contact zoekt met een bevriende journalist :

"Muurs, het is oorlog. Ze gaan oude eiken omtrekken, beuken en kastanjebomen. De oude boomgaarde gaan ze met lawines zand en puin begraven. We zullen er iets tegen moeten doen." De journalist vertelde dat hij er al maanden over schreef en met een actiecomité juridische bijstand zocht. "Waarom weet ik daar niets van?" "Omdat jij op jouw manier bezig bent. Dat is ook een methode. We laten je met rust." "Maar wij worden niet met rust gelaten. Van de ene dag op de andere wordt een dijk in de uiterwaarden aangelegd, hoger dan welke dijk ooit door dit landschap is opgenomen." "Ik weet het, het proces lijkt niet te stoppen. De meetlat van de statistische berekening wint het van de redelijkheid. We zullen zien wat we nog kunnen keren."

Zo'n houterige (het spijt me, ik kan niet op een ander woord komen) dialoog verwacht je wel in Nederlandse films, maar valt in boekvorm toch nogal op. Ondanks dat bezwaar is Bandijk toch een boeiend verhaal, de zwaktes vallen weg tegen de warmte en inzet waar mee het geschreven is.

Terug