Christine Kraft - De roos van Julia (1984)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC Handelsblad, 15-02-1985)

 

 

 

Rabarber, rabarber : Experimenteel proza van Christine Kraft



Sommige mensen, je vindt ze vooral in belangrijke functies, kunnen twee gesprekken tegelijk volgen en het is dus altijd de moeite waard om op een receptie of andere roezemoezige bijeenkomst je baas te evalueren, ook al staat hij 5 meter verder en is hij in druk gesprek. De kleine verstrakking van zijn rug signaleert de verrichte afluisterinspanning.

Eigenlijk kan iedereen het, uit studies is gebleken dat mensen in een rumoerige ruimte weliswaar altijd een informatiekanaal kiezen , maar tegelijk ook onbewust andere geluiden opnemen. Dankzij het 'monitoren' van het rabarber -rabarber kan ineens de aandacht overspringen naar wat ergens anders gezegd wordt, bijvoorbeeld als je je eigen naam hoort noemen of een onderwerp waarin je geïnteresseerd bent. Wat bazen hebben is niet meer dan een door argwaan gevoede verheviging van deze capaciteit , een kwestie van concentratie.

Maar niemand kan twee verbale informatiestromen tegelijk begrijpen, volgens mijn leerboek, omdat woorden nu eenmaal op zich niets betekenen en een vertaling nodig hebben. Dat vergt aandacht. De twee- luisteraar moet dus woekeren met zijn verwerkingscapaciteit en het zal in de praktijk betekenen dat hij voortdurend stukjes van het tweede gesprek in zijn geheugen opslaat en razendsnel verwerkt zodra het eerste gesprek hem daartoe de gelegenheid geeft.

En die gelegenheid is er in ruime mate, want het gesproken woord is traag, zoals iedereen merkt die een tekst voorleest: terwijl je je stem begripvol een passage hoort voorlezen is het oog en het verstand al een alinea verder en zoekt de betekenis van wat daar staat. Beeldende kunst profiteert van het vermogen van mensen om gelijktijdig allerlei prikkels op te nemen en te combineren, en muziek bestaat er grotendeels van.

Het is dan ook begrijpelijk dat bij schrijvers geregeld de gedachte opkomt om een tekst-collage of een teksten-symfonie te maken. De fout hierin is dat het weliswaar mogelijk is om tegelijk een aantal sensaties te beleven, maar dat woorden pas een sensatie kunnen opleveren als zij begrepen zijn. En dat begrip kan alleen in volgorde ontstaan, tot dat moment is het gesproken woord niet meer dan geluid en een pagina tekst niet meer dan een visuele indruk.

Onlangs verscheen een boek van Christine Kraft waarin zij het onmogelijke opnieuw probeerde. Na vijf 'in razende geestdrift ' geschreven boeken kwam voor haar het moment om zich eens echt te verdiepen in de taal en de mogelijkheden van het woord. Kraft realiseerde zich best dat taal chronologie inhoudt maar wilde toch proberen een boek te schrijven waarin verschillende verhalen en betogen 'synchroon' gelezen konden worden. Ze koos voor de vorm van een waaier.

Samenhang

De Roos van Julia begint met twee verhalen die op tegenover elkaar liggende pagina 's worden afgedrukt, na bijna 50 pagina's komen er nog twee teksten bij zodat er vier kolommen naast elkaar staan en aan het eind van het boek blijven en twee oudste verhalen weer over.

Een aardige gedachte en misschien zou het wat geworden zijn als die twee à vier verhalen ook synchroon liepen of tenminste iets met elkaar te maken hadden. Er zou mogelijk met leesbaar resultaat een verhaal te schrijven zijn waarin twee of meer personen tegelijkertijd hun versie geven van een gebeurtenis.

Maar Christine Kraft koos voor teksten die geheel op zichzelf staan, al is er vermoedelijk wel enige samenhang. Het eerste hoofdverhaal behandelt de schepping van de wereld door een verteller die met het woord alles kan maken wat hij wil. Maar als hij verliefd raakt op de oervrouw die hij beschreven heeft merkt hij dat hij geen kans ziet om in de door hem geschapen wereld te treden (deze verteller heeft dus de ik-vorm nog niet ontdekt). In goden-wraak zorgt hij ervoor dat de door hem geschapen geliefde nooit met haar minnaar verenigd zal worden, de taal speelt daarbij een dubbele rol: communicatiemiddel maar tegelijk ook bron van misverstanden. Het verhaal eindigt in een collage uit de wereld-literatuur: Tristan en Isolde, Romeo en Julia , Abélard en Héloise, Lancelot en kom-hoe-heet-ze.

Het tweede hoofdverhaal is een discours tussen Alma M., taalkundige en vrouw van de wereld, en Camille , redactrice van een jeugdblad die in de knoei geraakt is met haar verantwoordelijkheid tegenover de jonge lezertjes (en nog veel méér). Ik las het als een discussie van een geborneerde intellectueel met iemand die dat nog moet worden, maar volgens de bijgeleverde uitleg ging het eigenlijk om een symbolische dialoog tussen twee eigenschappen van de taal: doel en middel , essentie en communicatie.

Na deze nederlaag kon ik mezelf er niet meer toe zetten om ook de teksten drie en vier nog te lezen. Dat heeft toch weinig te maken met de kwaliteit van wat Christine Kraft op papier zette, want voorzover ik De Roos van Julia kon lezen was het goed geschreven en werden er zinnige gedachten in geponeerd. Pretentieus, maar er is niets tegen pretenties.

Wat het boek in de praktijk onleesbaar maakt is de gekozen vorm. Min of meer gelijktijdig twee à vier verhalen/betogen lezen is met uiterste inspanning nog wel te doen, maar het is een opzichtig nutteloze inspanning. De pagina's en kolommen eindigen meestal halverwege een zin en middenin een redenering of beeld; switch je naar het nevenstaande verhaal dan moet je daarvan de draad oppakken en een minuut later weer loslaten. Van enige spanning en opbouw van interesse blijft zo niets over, alle energie gaat zitten in de poging om nog enigszins te kunnen volgen waar het over gààt.

En als je kiest voor het chronologisch lezen, eerst verhaal één, en dan verhaal twee enzovoorts, dan blijkt het steeds overslaan van pagina 's en kolommen en uiterst irritante exercitie te zijn. Schrijfster en uitgever hebben zich die problemen kennelijk wel gerealiseerd en de oplossing gezocht in een leesadvies dat mijn ergernis alleen maar vergroot: de schrijfster heeft een 'basisboek ' geschreven, heet het dan, en 'nu is het aan de lezer het te herscheppen tot zijn eigen tekst'. Hij mag het van voor naar achter lezen, kolomsgewijs , af en toe een pagina 'als was het een dichtbundel '.

Aan mijn hoela. Als een lezer zijn eigen tekst wil scheppen dan is hij een schrijver en heet het basisboek de dikke van Dale. Een essentie van schrijven is het bewust creëren van effecten en wie die verantwoordelijkheid afschuift naar de lezer (bak er zelf maar wat van) doet een onhandige poging om een mislukking te camoufleren. Wat Christine Kraft met veel goedbedoelde inspanning alleen maar bewezen heeft is dat het zó niet kan.






























Terug