Martin Koomen De roze vlag (1975)

(Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 23-08-1975)

 

 

 

Ondanks de wind hangen de gordijnen stil

 



Naar ik uit andere recensies begrepen heb is De Roze Vlag, het romandebuut van Martin Koomen, een sleutelroman over het Vrije Volk in de jaren zestig. Zonder moeite herkennen insiders bekende HW-figuren als Klaas Voskuil, Thijs van Veen, Paul van 't Veer, Theo Eerdmans en vele anderen.

Aangezien ik geen insider ben mis ik de sleutel tot dit genot, ook al omdat Koomen zijn personages geen herleidbare namen heeft gegeven. Van 't Veer heet niet Dupont, bijvoorbeeld de deelnemers aan het verhaal dragen namen als Boormans en Laarmans -- waar kèn ik die toch van? --, Deelman , Kuyper , enz. Kortom, geen touw aan vast te knopen voor de leek en er zat voor mij dus niets anders op dan het boek te lezen als een gewoon verhaal.

Wat er dan overblijft is toch een amusante, want behoorlijk kwaadaardige schildering van een groep journalisten die uitsluitend met hun eigenbelang bezig zijn. De hoordredacteur is een pompeuze nitwit die zijn gedragen hoofdredactionele artikelen componeert met een opvallend gebrek aan belangstelling voor de feiten. De algemeen redactiechef gebruikt zijn werktijd voornamelijk in het kader van zijn zeevaarthobby, de culturele en politieke commentator interesseert zich voornamelijk voor de recette van zijn laatste boekje, en de redacteur letteren lijdt aan masochistische fantasieën.

De sociale bewogenheid , binnen deze linkse gemeenschap wordt vertegenwoordigd door de structureel denkende en met een zachte gjee pratende onderwijs -journalist Ganzevoort, die zelfs een poging doet om handtekeningen te verzamelen onder een protest tegen het hoofdredactionele beleid : 'Deze -- hoofdredaktionele -- politiek gaat geheel voorbij aan het ervaringsfeit dat als de environmental pressure te groot is, de instituutsionele gatekeepers geheel of gedeeltelijk falen.'

Bij zijn rondgang komt hij ook langs de groep verslaggevers , waaronder de fanatieke BVD-informant Kluvers. Ze laten het graag aan hem over om het protest te analyseren. 'Eindelijk sprak Kluvers het verlossende woord. "Gevaarlijke wartaal". Zijn collega 's schroefden de dop van hun vulpen en de
ene, die achter het bureau zat, wenkte dat hij het papier verlangde. "Jullie zullen spijt krijgen van je hand tekening ," zei Kluvers dreigend. Maar zijn collega 's namen geen notitie meer van hem en tekenden. Ganzevoort nam het stuk fijntjes glimlachend in ontvangst en liep door.'


Hij slaagt er in om vrij veel belangrijke handtekeningen te krijgen, maar het structureel protest verdwijnt onmiddellijk als de hoofdredacteur opvlamt. Een echt verhaal zit er verder niet in De Roze Vlag, het is een serie tableaux vivants rondom Sofietje van Doorn, een aangenaam ogende leerling - journaliste die zich in dit harde vak opwerkt door haar stukjes te laten schrijven door oudere collega 's, in ruil voor gratis sex.

Zo worden drie stereotypen tegelijk bevestigd : journalisten zitten los in de broek, ze schrijven moeiteloos over dingen waar ze geen verstand van hebben en doen dat ook zonder probleem in omstandigheden die bijzonder slecht zijn voor de concentratie. Een vak apart dus.

Het zou me niet verwonderen als oud-collega 's van Martin Koomen dit een oneerlijk boek vinden, want er komt geen aardig mens in voor. Temidden van het journalistieke tuig valt wèl een overigens piepklein bijrolletje op van een jongen op de documentatie-afdeling die één van de hoge heren van de redactie met enkele goedgekozen woorden op zijn nummer zet (Martin Koomen is documentalist).

Voor de gewone lezer is de eenzijdige sfeer - en karaktertekening niet zo bezwaarlijk, integendeel, het karikaturale In De Roze Vlag vormt een van de grote aantrekkelijkheden van dit boek. Daarbij komt dat Koomen een uitstekende dialoog schrijft:

'"Zeg Ellis , weet jij wie die aanstellerige meid met dat blauwe haar is?" "Die? Dat is geloof ik de tegenwoordige vrouw van Haverkamp, je weet wel, die vent waar Annabelle mee getrouwd was voor ze met Joop was." "Ja, ik weet wie je bedoelt, maar dat kan niet." "Hoezo, kan niet?" "Nee, want: ik zag Haverkamp en die trut met dat blauwe haar een halfuur geleden met elkaar vrijen in de keuken".'

Vooral de telefoongesprekken zijn een genot om te lezen, met wat mij betreft als hoogtepunt de telefoontjes met de BVD, door de twee redacteuren die zonder het van elkaar te weten als informant optreden, en elkaar dan ook als verdachte individuen melden.

'"Hallo?" "Met Lodewijk Stalpert. Ondanks de wind hangen de gordijnen stil. Mag ik de heer Bretschneider van u?" "Ogenblik ." Er volgde een lange stilte waarin Stalpert alleen zijn eigen adem en het geroezemoes van het café hoorde. Tenslotte meldde zich een zware mannestem. "Bretschneider hier. Ondanks de wind." "Ja Jozef, met Lodewijk ." "Met wie zegt u?" "Met Lodewijk
Stalpert. Ondanks de wind hangen de gordijnen stil." "Dag Lodewijk . Waarvandaan bel je?" "Uit een café. Ik..." "Oppassen, jongen. Feind hört mit weet je wel?"'


Enzovoort. Best een lekker boekje voor een lege avond.









































Terug