Rudy Kousbroek Een passage naar Indië (1978)

(Recensie van Hans Vervoort in Vrij Nederland, 15-07-1978)

 

 

 

Een passage naar de jeugd : ...terwijl het schip verder de nacht in vaart...



Er moeten nog heel wat Nederlanders leven die in hun herinnering de geuren, beelden en geluiden hebben van een bootreis naar Indië of terug. Een kleine maand, doorgebracht in een geïsoleerd wereldje en in een traag ritme van stijlvol tafelen, lui lezen in een ligstoel, een partijtje dektennis, koele dranken aan de bar, dansen op de sweet music van het strijkje.

Ik heb de reis driemaal gemaakt, op de Kota Inten, de Indrapoera, de Johan van Oldebarneveldt en deze maanden zitten als Zuidzee-eilandjes in mijn geheugen, herinneringen die op zichzelf staan, niets te maken hebben met wat er vroeger of later gebeurde. Ze worden ook zelden geactiveerd, want ik kom nooit in havens en het oorverdovend vertreksignaal van de scheepsbas heb ik in geen vijfentwintig jaar gehoord.

Maar onlangs verscheen Een passage naar Indië, een tekst met plaatjes van Rudy Kousbroek. Rudy Kousbroek, in 1929 geboren in Pematang Siantar, bereisde eveneens driemaal de route door de Indische oceaan, Suez-kanaal, Middellandse Zee, golf van Gibraltar, de beruchte golf van Biskaje, de Noordzee. Zijn schepen waren de Christiaan Huygens, de Noordam, de Baloeran, 'niet zo'n uit zijn krachten gegroeide opblaasboot die uit louter rondingen bestaat, maar een echte mailstomer, geheel met de liniaal getekend door strenge ingenieurs , mensen wier hoofd niet stond naar gekheid. Het geheim van hun ontwerpen moet omstreeks 1940 verloren zijn gegaan, zoals het recept van de vooroorlogse leren koffer.'
Een in de nalatenschap van zijn vader aangetroffen boekje 'Varen en genieten', uitgegeven door de Stoomvaart Maatschappij Nederland in 1927, gaf hem aanleiding tot een verkenning van herinneringen, die in 1976 in een artikel in NRC/Handelsblad werd gepubliceerd.

Dat artikel is de basis geweest voor het boekje dat nu bij de Harmonie is uitgekomen en waarin ook vele foto's uit die brochure zijn opgenomen.
Ik weet niet wat ik ervan denken moet. Kousbroek is niet te beroerd om geregeld te melden dat de foto's hem wat doen, maar toont toch weinig lust om zich verder bloot te geven.
Als hij dat een enkele keer waagt komen er mooie tekstfragmenten uit zijn schrijfmachine: 'een impressie van verlichte gangen diep binnen in het gevaarte (daar is helaas geen foto van) waar je de machines kan horen dreunen, van flarden muziek uit de salon en ligstoelen aan dek, mijn vader in grijsflanellen zomerkleren, zorgeloos en vrolijk , de zonnige dekken met hagelwitte luchtkokers en railings , een koekoek met opengespalkte ramen waar warme lucht uit komt. Dekhuizen , kuis als zeeschelpen , met sponningen en trappen van gevernist hout en messing . Omhoog, opzij, een lange rij kraakzindelijke sloepen, door de lucht varend in kiellinie , en dan, daarachter - de hemel, effen en stralend, boven een zee die meer groen is dan blauw, schuimend zoals geen ander water schuimt , in eigenaardige patronen, met gladde open plekken er in, daar schuimt het zelfs onder de oppervlakte, hele nevelvlekken van luchtbellen dwarrelen rond in de bovenste decimeter alsof het glas was, groen glas, naar beneden verdonkerd.'

Dat klinkt als een klok, maar deze fragmenten zijn zeldzaam. Er staan in het artikel aanzetjes van wat een 'in memoriam' ter nagedachtenis van zijn vader had kunnen worden, er staan wat onuitgewerkte invallen in ('Hoe komt het trouwens dat men de aanblik van zijn eigen kindergezicht in de spiegel vergeet') en een paar uitweidingen over Genua en het warenhuis van Simon Arzt die in het bestek van dit piepkleine boekje als uit de hand gelopen terzijdes ogen.

Jammer ook dat Kousbroek voor het fotomateriaal over de reis alleen gebruik heeft gemaakt van die éne brochure die hij toevallig in handen kreeg, al had die dan ook (afkomstig uit de nalatenschap van zijn vader) een speciale betekenis. Ik had zo graag nog eens een afdruk gezien van zo'n prachtvolle menukaart, of een foto van het 'captains ball', om maar iets te noemen.
Natuurlijk zou ik dit boekje niet graag gemist hebben, maar bij het lezen en herlezen kreeg ik toch telkens het gevoel dat er zoveel meer van gemaakt had kunnen worden als de schrijver er nog eens rustig voor was gaan zitten.






,









Terug