Alfred Kossmann Slecht zicht (1986)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC Handelsblad, 12-09-1986)

 

 

 

"Alexander Kievoet, een man van veertig die met zichzelf geen raad weet in het Amsterdam van 1985. Ik zie hem niet voor me. Is hij kort, dikkig, vroeg kalend blond, rookt hij een pijp ? Hij kan lang zijn, met krullend donker haar en sigaretten roken. Of niet roken."

Zo begint Slecht Zicht, de nieuwe novelle van Alfred Kossmann, en in dat spoor gaat het verhaal verder: een schrijver op zoek naar personages die op zoek zijn naar zichzelf.
Kossmann, inmiddels 63 jaar, ex-kunstjournalist en reisverhalen-specialist, behoort langzamerhand tot de meest produktieve Nederlandse schrijvers, met sinds 1979 elk jaar een nieuwe roman of novelle. Het grote publiek heeft hij nooit bereikt, ondanks een mooie schrijfstijl (helder, beeldend, intiem) en het vermogen om in een paar zinnen een scène en personages leven in te blazen. Dat zal wel komen omdat hij niet geneigd is het de lezer makkelijk te maken.

Hoewel hij naar eigen zeggen niet volgens een vooraf bepaalde constructie werkt, maken zijn romans en novellen een nogal geconstrueerde indruk. In Drempel van Ouderdom (1983) droomt de ruim 60-jarige Arnold Rustenburg zich zes identiteiten, waarvan er één misschien echt is, of allemaal een beetje, of géén van allen, en waarbij de lezer zich moet proberen in te leven in de mogelijkheid van een droom in een droom in een droom of nog erger.

In Rampspoed (1985) is een vervroegd gepensioneerde leraar Nederlands zijn naam kwijt en buigt een 'wij' zich over de vraag wie of wat hij nu eigenlijk is. "Wij? Wie is de wij die dit verhaal vertelt en van commentaar voorziet? In geen geval een ik in pluralis majestatis. Hooiberg zelf? Het is mogelijk. Laten wij het er voorlopig op houden dat het de personen in dit verhaal en de verslaggever en de lezer te zamen zijn (...)". Het spreekt bij Kossmann vanzelf dat juist een leraar Nederlands zich stevig bemoeit met het verhaal waarin hij voorkomt.

Een blonde snor
Ook in Slecht Zicht hebben de personages inspraak en wendt de schrijver zich voortdurend kopkrabbend tot de lezer met zijn twijfels over wat er nu eigenlijk aan de hand is en hoe iedereen eruitziet. Informatie die de personages geven over zichzelf en anderen wordt met graagte gebruikt om de leemte te vullen: "Bijna kaal? Wordt iets van Alexander Kievoet zichtbaar door de overpeinzing van zijn neef? Kan ik een trieste blonde snor in zijn gezicht aanbrengen en hem met een sloom dun lichaam in zijn stoel laten hangen, achterovergezakt? Ik moet het niet doen. Theo Kievoet is integer maar daarom nog niet betrouwbaar".

De getergde lezer besluit ten slotte om zèlf maar een beeld op te roepen van de toneelspelers en van het verhaal, en vermoedelijk is het Kossmann daar om te doen.

Slecht Zicht gaat over de 41-jarige Alexander Kievoet, mislukt in zijn loopbaan als documentalist, mislukt in zijn huwelijk, en langzamerhand aan het desintegreren, door veel sterke drank: "'Een leegte', zei hij. 'Ik ben aan het verdwijnen. Eerst dacht ik dat het een mid-life crisis was, iets banaals. Daarna dacht ik aan Weltschmerz. Aan delirium heb ik gedacht, aan psychose. Daar ben ik overheen. Het is geen mid-life crisis, geen Weltschmerz, geen delirium en geen psychose. Het is... iets heel ergs en iets heel verrukkelijks. Je kijkt in de spiegel en je ziet je eigen gezicht niet'."

Hij klaploopt op twee bejaarde en rijke familieleden die beiden verliefd zijn geweest op het jongetje dat hij ooit was: tante Sophie, femme fatale op leeftijd en de oude Theo Kievoet, gepensioneerd toneelcriticus. Zijn ex-vrouw Alice is in zekere zin zijn tegenpool: ze is zichzelf niet aan het kwijtraken, maar integendeel bezig zichzelf te vinden, door allerlei rollen te spelen. Dit viertal wordt bijeengehouden door het denken over elkaar, en als de oude Theo overlijdt is het evenwicht verbroken.
Sophie werpt haar erotisch vangnet over Alice, die er een aarzelend zelfvertrouwen aan ontleent. Theo blijft leven in de herinnering van de anderen, waar hij zich als opgeroepen geest telkens in een andere gedaante weet, bepaald door het beeld dat de betrokkene van hem heeft. De mogelijkheid dat ook doden nog in een identiteitscrisis, kunnen raken gaat Kossmann ditmaal kennelijk nog te ver, maar het zou een mooi idee zijn voor een volgend boek.
De enige die trefzeker zijn ondergang tegemoet gaat is Alexander, want hij heeft afstand gedaan van zijn identiteit, en eindigt als fragment van een kunstfilm.

Wie na het bovenstaande meent dat Slecht Zicht een nogal mistig geschreven verhaal is, heb ik een verkeerde indruk gegeven. Kossmann schrijft heel concreet maar hij speelt een nogal plagerig spel met de lezer.
Het hangt van de lezer af of hij daarmee uit de voeten kan. Ik kreeg er vrij snel genoeg van, al weet ik best dat verhalen in het hoofd van de schrijver ontstaan en dat hij soms 'slecht zicht ' heeft op het uiterlijk en innerlijk van zijn karakters en op wat er tussen hen gebeurt. Dat verschijnsel te gebruiken als inzet van een boek is op het eerste gezicht wel aardig, maar zo'n spel bevalt niet iedereen.

Ik had eigenlijk wel willen weten wat er mis was met Alexander Kievoet, en met Alice, en Theo en Sophie. Nu zijn hun problemen niet meer dan het scheppingsprobleem van de schrijver, en daar heb ik niet zo'n behoefte aan.
Toch kan ik me voorstellen dat het voor minder verhaal-geïnteresseerde lezers boeiend is om een schrijver te zien bouwen aan zijn fantasie.wereld en de vele keuze-mogelijkheden die hij daarbij heeft: Jordaanwoning of modern-eigentijds wel een snor of toch maar een kaal hoofd, zelfmoord of toch maar lesbisch, bang of intelligent ? Voor die lezers is Slecht Zicht een mooi reisverhaal uit schrijversland.










Terug