Tom Pauka Gedroomde kansen (1984)

Recensie van Hans Vervoort in NRC Handelsblad (11-01-1985)

 

 

 

De saga van Hans en Lisa

Na een gevarieerde carrière als o.m. judoleraar, amateurbokser, VN-redakteur, VARA-medewerker, Nieuw-Linkser van het eerste uur, en organisatieadviseur, debuteerde Tom Pauka in 1980 met de verhalenbundel Een moeilijke eter. Daarna volgden in snel tempo 3 romans die telkens een beperking of ziektebeeld tot thema hadden: multiple sclerose, anorexia nervosa, sociale fobie. Eigenlijk zou Pauka al lang behoord moeten hebben tot het rijtje kwaliteitsauteurs met een groot lezerspubliek: hoewel hij zware thematiek en symboliek niet schuwt en soms heel nadrukkelijk inbrengt, is hij in de uitwerking toch vooral een verteller en portrettist, die met veel warmte en aandacht mensen en gebeurtenissen beschrijft. Die kwaliteiten toont hij ook in Gedroomde Kansen, een royaal opgezette roman van ruim 300 pagina's.


Het verhaal is gesitueerd in de jaren vijftig. De 25-jarige Hans Helming en zijn 3 jaar jongere achternicht Lisa Wassertrilling treden op als reisleiders van een bustocht van 15 bejaarden door Griekenland. Het is ruim vóór de tijd van het massa-toerisme, het duo behoort tot de verzorgende sector van de gemeente Amsterdam en deze tocht is een experiment dat met een zeer krap budget wordt uitgevoerd. Dus wordt overal gezocht naar goedkope oplossingen en de twee reisleiders bereiken daarin een grote virtuositeit: tweepersoonskamers huren en daar later een gratis bed bij plaatsen, 8 maaltijden verdelen over 17 borden, de groep inschrijven als zangkoor (met gratis verblijf ) bij een cultureel evenement.

Het verste punt van de reis is het dorp Skoutari waar het reisgezelschap onderdak vindt in een lege kerk en de bejaarden eigener beweging een bijverdienste ontdekken. Een Zweedse toerist en handelaar blijkt geïnterersseerd te zijn in grafversieringen en kerkelijke ornamenten en de argeloze oudjes gaan strooptochten voor hem ondernemen in ongebruikte kerken en op vervallen begraafplaatsen. Dankzij een haastig vertrek wordt voorkomen dat Griekse boeren een wraakactie kunnen volvoeren, maar het reisexperiment doet toch zoveel stof opwaaien dat er van gemeentewege voorlopig wel geen tweede expeditie van bejaarden uitgezonden zal worden.

Dit komische verhaal wordt door Tom Pauka in fraai detail verteld, met veel aandacht voor de eigenaardigheden van de lakonieke en spartaanse oudjes. Menig type zal ik me nog lang herinneren: de nette mijnheer Schoonhoven die aan 2 kankers tegelijk lijdt en voortdurend in slaap valt, de ouwe bemoeial Co van Egmond die tenslotte het méést geraakt wordt door de hebzucht, de oude mevrouw Wolder die telkens bijna overlijdt aan haar hart en dan een gruwelijke biecht fluistert in het dichtsbijzijnde oor.

Maar ook hoe avondvullend dit verhaal van de bejaardentocht ook is, het is niet meer dan een anekdotisch raamwerk voor het eigenlijke onderwerp van de roman: de zware, saga-achtige liefdesgeschiedenis van Lisa en Hans. Via hun moeder behoren ze allebei tot de Volks, een joodse familie met vertakkingen over de hele wereld. De Volks hebben een lichamelijk kenmerk gemeen (een kleine uitstulping bovenaan de oorschelp) én een eigenaardigheid: de mannelijke Volks kiezen sterke vrouwen en laten zich reduceren tot zwakkelingen die onder het motto 'dit kan ik nu eenmaal niet' steeds meer problemen aan hun vrouwen overlaten. Hans en Lisa hebben van kindsbeen af een intieme verhouding, maar die is na tien jaar op een breekpunt gekomen: Hans weet niet of hij echt van Lisa houdt en hij is chronisch bang dat hij zal vervallen tot de gemakzucht van de Volk-man.

Veel aanleiding heeft hij daar niet voor, want Lisa kent zijn angst en houdt er rekening mee, maar hij voelt in haar een kracht en gemak van handelen die hij zelf mist. In Skoutari is hun kontakt-adres één van de vele Volk-vertakkingen, het echtpaar Georgina en Jannis Poldi, waarvan Jannis de traditioneel zwakke partner is. Bij dit echtpaar treffen ze ook de jonge Zweedse toerist Leif Kretschmar aan, die alles is wat Hans eigenlijk zou willen zijn: een vrij mens die cynisch en ironisch door het leven gaat, aan niemand dienstbaar.

Leif is een sleutelfiguur in het verhaal, want niet alleen zet hij de bejaarden aan tot hun onverantwoorde strooptochten, hij wordt ook een obsessie voor Hans. Alhoewel Leif het fysieke Volk-kenmerk mist, meent Hans dat deze Zweed de in de oorlog verloren zoon van de Poldi's zou kunnen zijn, die incognito zijn ouders bezoekt. Als dat zo is, zou Leif de eerste Volk-man zijn die een sterke persoonlijkheid heeft kunnen ontwikkelen en dan zou er ook voor Hans nog hoop zijn. Hij stuurt Lisa er op uit om aan Leif de benodigde informatie te ontfutselen en raakt haar daardoor kwijt.
Pas dan merkt hij dat zij lang niet zo sterk was als hij dacht en dat hij het niet verdragen kan om haar te missen.

Abrupt
In korte samenvatting is dit een nogal ongeloofwaardig en 'gemaakt' verhaal, maar Pauka slaagt er een heel eind in om de lezer er in te laten geloven. Het zeer authentieke parallel -verhaal van de bejaarden -tocht helpt daarbij veel, maar ook het fijnzinnige portret dat de ik-persoon Hans geeft van Lisa en zijn verhouding met haar. Toch heeft Pauka zich wat vertild aan dit dubbel-verhaal, waarin nog verschillende motieven zitten (de relatie met Hans' vader, de mogelijkheid dat Lisa een halfzuster is in plaats van een achternicht ) die ik kortheidshalve maar heb weggelaten. In deel één van de roman (174 pagina 's) bereikt Pauka een perfecte harmonie van uitleg, beschrijving en het in zomers tempo afwikkelen van de gebeurtenissen in zijn dubbelplot.

Maar als dan het gewelddadige hoogtepunt bereikt is, volgt deel twee van 150 pagina 's dat een wat bijeengeraapte indruk maakt. De bejaardenreis is afgelopen en daarmee valt het decor weg dat zo goed harmonieerde met de liefdesgeschiedenis van de twee reisleiders. In dit slotdeel wordt veel uitgelegd, er wordt een poging gedaan om de papieren ideaalfiguur Leif wat diepte te geven, en er worden vele pagina 's besteed aan de gemeente-politieke afwikkeling van het uit de hand gelopen bejaarden-uitje. Daarbij treedt een nieuwe figuur op, wethouder Walstro, die een dragende rol zou kunnen hebben in een ander verhaal, maar het eindeloos gemeier over politieke maoeuvres past slecht bij de mythische dimensies waarin het drama van Hans en Lisa tenslotte terecht is gekomen. 
Uiteindelijk gaat Hans op zoek naar Lisa, die na de gewelddadige ontknoping is verdwenen. Eén van de bejaarden van het uitje, de aan kanker stervende meneer Schoonhoven, heeft het fenomeen van de 'krediet-kaart' ontdekt en nodigt Hans uit met hem op de pof in het buitenland een mooie begraafplaats te gaan zoeken. Het wordt een zoektocht naar Lisa, die eindigt in Zweden.

En dan begaat Pauka een doodzonde tegen het vertellen, want als Hans eindelijk het adres gevonden heeft waar Lisa mogelijk verblijft, eindigt het verhaal abrupt. Een open einde is heel gebruikelijk, maar het gaat dan altijd om een eind dat logisch voortvloeit uit het voorafgaande en dus niet meer verteld hoeft te worden. In dit geval is de lezer vele pagina 's lang nieuwsgierig gemaakt naar Lisa's eigen verhaal over wat er is gebeurd en de consequenties die zij er uit trekt. Als de schrijver dan ineens stopt heeft hij een onaf verhaal geleverd.
Ondanks deze bezwaren imponeert Gedroomde Kansen in zijn opzet. Pauka hoort niet bij de anekdotische realisten en evenmin bij de academici, hij heeft een volstrekt eigen aanpak waarin die richtingen gecombineerd worden. Zijn sterkste punt daarbij is de stijl van vertellen, warm, maar zonder sentimentaliteit en met grote interesse voor het kleine detail. In Gedroomde Kansen is het uiteindelijk toch niet gelukt om een boeiend verhaal te combineren met een nogal overheersend thema. Maar het scheelde weinig.







 

Terug