Jean-Pierre Plooij Patience (1984)

(Recensie van Hans Vervoort in NRC Handelsblad, 23-11-1984)

 

 

 

De zieleroerselen van Stefan

 


Ik heb het altijd een deprimerend idee gevonden dat mensen dag in dag uit bezig zijn te denken en te voelen. Het gaat zelfs in de slaap door. Iedereen die je ziet loopt in zichzelf te leuteren, godzijdank doen ze het meestal in stilte. Maar soms zet iemand het op papier. Patience van Jean-Pierre Plooij is een over pakweg 7 à 8 jaar reikend verslag van de zieleroerselen van de jonge student Stefan, die geblokkeerd is geraakt. De rigide normen die hem in de opvoeding aangeleerd zijn wil hij graag kwijt (zijn vader is rechter), maar ondanks de haat die hij voelt kan hij het toch niet opbrengen zijn ouders te verguizen, het 'Eert Uw vader en Uw moeder' zit er te diep in. Daardoor kan hij zich niet vrij maken om een eigen weg te volgen.

Zijn verzet is passief, hij sluit zich op in een diep en bestraffend zwijgen, weigert te studeren, speelt patience als middel om de tijd te besteden zonder dat er iets gebeurt. Dit standpunt wordt ondersteund door marxistische uitgangspunten: elke deelname aan onderwijs of economie betekent het helpen voortzetten van het oude systeem, alleen de volledige onthouding is een passend antwoord. Maar de 'verstening ' is voor hem zelf óók ondraaglijk en uiteindelijk laat hij zich in met een psychoanalyse die vele jaren zal duren en hem een koekje van eigen deeg geeft: het getrainde zwijgen van psychotherapeut Samuel is sterker dan zijn eigen zwijgen, en tenslotte raakt hij aan de praat.

De relatie met de therapeut verloopt volgens het bekende haat-liefde -patroon. Samuel is de levende bandrecorder en Stefan de cliënt die onwillig maar eigenlijk dolgraag zijn problemen uitlegt en zich blind ergert als de duurbetaalde oplosser geen oplossingen aandraagt maar elke vraag met een geroutineerde tegenvraag pareert:

"Sommige mensen zeggen dat de analyse je zo verschrikkelijk eogcentrisch maakt. Is dat zo?" "Wat vindt u er zelf van?" "Geen idee. Hoe zou ik dat moeten weten?" "Ja." "Ja, en verder"? "Dat je zo met jezelf bezig bent en daar steeds dieper in wegzinkt. Dat je daar nooit meer uitkomt. Maar de analyse is toch bedoeld om weer met andere mensen te kunnen omgaan." "Wat zijn uw eigen gedachten daarbij?" "U heeft veel meer ervaring dan ik. Ik lig hier pas drieënhalf jaar." "En verder?"

En zo gaan ze nog jaren door, vijf dagen per week, een uur per dag. Het levert resultaten op, want Stefan komt los. Hij doet wat aan Sovjetologie, neemt een baantje als suppoost van een Sex-museum, gaat op tekenles bij de moderne tekenleraar en uitvreter Mathijs die géén technische adviezen geeft en alleen de creativiteit losmaakt. Met zijn oude schoolvriend en musicoloog Gijs maakt hij een theaterspektakel. Gijs schuift ook een overtollige vriendin naar hem af, die weinig hartstocht doet oplaaien, maar waarmee hij zwoegend vele variaties uit een boekje doorneemt en een woonboot voor bewoning gereed maakt.

Er komt nog een vriendin bij, dat is er één teveel, en aan het slot van de roman is Stefan een goed functionerend voorbeeld van de generatie van het IK-tijdperk: klein zinloos baantje om van te leven, artistieke aspiraties, relatieproblemen, lekkende woonboot. Hij is niet gelukkig, maar wel bezig. Op dat moment stopt de therapie ook en het boek eindigt met een bezoek aan de voorheen zo geduchte vader, met wie hij nu samen een boom snoeit en in gezamelijke onhandigheid een deel van de tuin ruïneert. Moeder proest het uit als ze het ziet.

Zo kort samengevat lijkt Patience vermoedelijk wel wat, en hier en daar heeft het goede fragmenten, vooral in het korzelig gevecht met de therapeut. Maar Plooij heeft 269 in de ik-vorm geschreven pagina's nodig voor wat Stefan zoal bedenkt en meemaakt en ik heb me er doorheen moeten zwoegen. Wie zelf ooit in psychoanalyse is geweest zal het mogelijk met smaak lezen, maar het eindeloos herhaald gezever kon mij niet boeien. Daarvoor is Stefan als persoon toch te weinig interessant en komt (vreemd genoeg) wat hem ècht dwars zit niet duidelijk naar voren: de catharsis wordt héél summier beschreven.

Het boek had gered kunnen worden als Plooij wat meer had gedaan met gebeurtenissen die zich in die jaren in het leven van Stefan afspelen en de andere personages wat meer kans had gegeven. Die neven-figuren blijven nu schimmen, de ik-figuur is teveel met zichzelf bezig om zich te verdiepen in wat anderen bezielt, en de schrijver heeft die handicap niet kunnen overwinnen.

Als stilist is Plooij vooral een harde werker, geen detail blijft onbeschreven, maar het resultaat is een veel te veel aan woorden. Alleen op de zeldzame momenten dat er echt actie plaats vindt komen de woorden vanzelf, en de dialogen zijn vaak uitstekend. Maar in de rest van de tekst is het zwoegen merkbaar, de stijl wordt dan houterig en je struikelt over zinnetjes als 'De verhouding met Masja ontbeert het cement van de hartstocht, die dan maar naar de schilderijen wegvlucht'. Of 'Hoe was het toch mogelijk dat misleiding zoveel macht had veroverd dat men schoot op een tere, moeizame geestelijke ontwikkeling ?' Dat laatste doe ik dan hierbij toch maar.

Terug