1header_hansvervoort.jpg - Zonder hemd

Welkom op de website van Hans Vervoort

Zonder hemd


We weten het langzamerhand niet meer (de opkomstplicht werd in 1997 opgeschort), maar vroeger verbleven jonge mannen minimaal 18 maanden in het leger als dienstplichtig militair. Voor de gewone soldaat kwam het neer op twee maanden basistraining en de rest van de tijd verveling in kazernes met af en toe een oefening. En elke zoveel weken was je aan de beurt om op wacht te staan. Een etmaal lang vier uur op twee uur af. Het betekende dat je in totaal 16 uur lang met het geweer in de aanslag in een verre uithoeek van het kampement stond te wachten. Want de Rus kon ellk moment besluiten ons landje te veroveren.

Heel erg geloven daarin deed dat al in de jaren '50 niemand meer en de in de kazernes doorgebrachte maanden werden dan ook vooral gezien als verloren tijd. Maar op zaterdag mocht je naar huis, om je dan zondag weer te melden. Dat korte weekend was het lichtpunt van de week, zeker als je verkering had. Maar kon je er op rekenen dat zij dan weer bij de trein stond? Daar ging dan ook het soldatenlied over dat in 1957 gezongen werd door Joop de Knegt en dat onmiddellijk een succes werd:

Ik sta  op wacht (en denk aan jou).


De Knegt moest in 1950 in dienst en werd korporaal bij de Koninklijke Luchtmacht. Tijdens een excursie naar de KRO-studio werd zijn zangtalent ontdekt. De Knegt nam in de radiostudio High Noon op, dat kort daarvoor door Frankie Laine was uitgebracht als titelsong van de gelijknamige westernfilm. Toen het nummer op 20 september 1952 werd uitgezonden werd er door veel luisteraars gereageerd. Van High Noon werden 180 duizend exemplaren verkocht - destijds goed voor een gouden 78 toeren-plaat. Daarna was het overigens toch snel gedaan met de roem en keerde Joop terug in de anonimiteit. Eind 1953 zat zijn diensttijd er op.
Toen ruim drie jaar later het nummer Ik sta op wacht op de burelen van platenmaatschappij Phonogram (Philips) belandde, stelde iemand voor om dit lied te laten zingen door die soldaat… ‘hoe heet hij ook alweer?’ Inderdaad, Joop de Knegt.

En zo was hij het dus die zong:

 

Ik sta op wacht


En denk aan jou


Je schreef me af


Bleef mij niet trouw
Ook een soldatenhart


Is niet van steen


Waarom schreef jij die brief


En liet mij zo alleen

Ik sta op wacht


Mijn hart doet pijn


Krijg ik verlof


Dan staat er niemand bij de trein 

 

Het lied was in marstempo geschreven met na elke regel een pauze van 4 tellen, waarbij je door het ritme direct voelde: hier ontbreekt een stukje tekst. Wie het bedacht heeft is onbekend gebleven  maar al snel zong Nederland:

Ik sta op wacht - zonder hemd zonder broek


En denk aan jou - zonder hem zonder broek

En herhaalde die  toevoeging vervolgens bij elke regel. Voor de brave jaren vijftig was het een tamelijk schunnige tekst. Joop de Knegt verbaasde zich: “Ik trad in die tijd veel op voor ateliermeisjes en zo. Het verraste me toen dat het voornamelijk meisjes en vrouwen waren die dat erbij zongen.”


Hij stopte in 1960 zijn zang-loopbaan en begon een theaterburo. Maar 'Ik sta op wacht' bleef hem achtervolgen: toen hij een keer een feestweek in Scheveningen hielp organiseren was het ook weer zover. ”Uiteindelijk moest ik toch ook weer even 'Ik sta op wacht' doen en toen was er een matroos, die was zo dronken dat hij toen de zaal 'zonder hemd, zonder broek' zong, inderdaad zijn broek uittrok. Die jongen werd gauw verwijderd. Hij snapte er niks van. 'Dat zongen ze toch allemaal?' zei hij heel verontwaardigd."

 

(Dit artikel verscheen in de krant Argus,15 januari 2026.)