1header_hansvervoort.jpg - Monika Sauwer - Héloïse en het inwonen  1947-1952

Welkom op de website van Hans Vervoort

Monika Sauwer - Héloïse en het inwonen 1947-1952

 

 

De barre naoorlogse jaren

 

De schrijfster Monika Sauwer viel mij voor het eerst op toen ze onder haar eigen naam (Yolande Nusselder) aan het eind van de jaren '60 een verhaal-met-tekeningen bij Thomas Rap publiceerde, getiteld Het gebied van de goede kruiden.
Het ging over James Thurber-achtige beestjes die in een te klein land woonden, zodat een comité moest beslissen wie de Overtollige Bewoners waren die maar beter konden vertrekken. Mopperend maar vol goede moed gaan zij op pad en beleven menig avontuur, zodat geregeld een Overtollige Bewoner moet afhaken. Zo raakt bijvoorbeeld de logge Lazog in een kloof beklemd en er zit weinig anders op dan hem maar achter te laten.
Mizog barstte in tranen uit. "Lazog,” riep hij snikkend naar beneden, "heb je nog een laatste wens?" "Dat jullie allemaal de pest mogen krijgen," klonk het zachtjes uit de kloof. "De ongelukkige, hij weet niet meer wat hij zegt," jammerde Mizog.


In 1977 verscheen haar eerste onder het pseudoniem Monika Sauwer geschreven verhalenbundel, getiteld Mooie Boel. Ik mocht die recenseren voor Vrij Nederland en mijn eerste zin “Ik kan het niet helpen, maar verhalen die leesbaar geschreven zijn hebben bij mij altijd een streepje voor“ en de daarna volgende lofzang waren het begin van een stilaan groeiende verwijdering tussen mij en VN-boekenbaas Carel Peeters. Want voor Carel telde eigenlijk alleen de inhoud van boeken, niet de stijl.
Sauwer bouwde na haar debuut gestaag aan een mooi oeuvre van romans, die altijd opvielen door leesbaarheid en precieze observaties. Zij schrijft als de tekenaar die zij ook is, elk detail zorgvuldig op het papier gebracht.


Wie haar werk kent weet dat familieleden er vaak een rol in spelen. Haar actieve opa Boet (arts in Maassluis)  was in  Huis en hemel (1986) prominent en de laatste levensjaren van haar vader waren de basis voor haar roman Het Raadsel Vader (2011).
Na de dood van haar ouders kwam ze in het bezit van een groot aantal brieven die haar moeder aan haar vader schreef in hun verlovingstijd en in de eerste jaren van hun huwelijk, tijdens en na de oorlog. Die brieven en andere documentatie werden het materiaal voor Een liefde in 1945 (2014).
De jonge Wies Vlieger is verliefd geraakt op kunst-academie-student Simon Wegener die met zijn lange haar en nadenkende ogen ook veel andere studentes het hoofd op hol heeft gebracht. Maar nu lijkt hij toch voor Wies te kiezen al is ze daar allerminst zeker van. Hij is ondergedoken bij zijn ouders en Wies bezoekt hem af en toe vanuit het verre Maassluis. Zelfs in de hongerwinter, als zij met een zak aardappels op de bagagedrager tientallen kilometers door de kou naar Laren fietst om haar geliefde voedsel te brengen.
Sauwer's beschrijving van die tocht (en meer in het algemeen: het karige en vrieskoude bestaan in die tijd) deed mij – opgegroeid in de tropen – voor het eerst echt beseffen wat de hongerwinter inhield. Sentimentaliteit zit gelukkig niet in Sauwer's palet en haar nauwkeurige beschrijvingen maken dat ook onnodig: de lezer leeft vanzelf mee.

 
Héloïse en het inwonen 1947-1952, zojuist verschenen, is het tweede (overigens ook afzonderlijk te lezen) boek gebaseerd op de brieven en documenten die Sauwer's ouders nalieten. Wies – de roepnaam van Héloïse - en Simon zijn getrouwd en hebben hun eerste kind, een dochter.
In het naoorlogse Nederland heerst woningnood en Wies moet met man en kind inwonen bij haar schoonmoeder, een bemoeizuchtige weduwe, wat veel ergernis over en weer geeft. Kunstenaar-in-spé Simon probeert zijn jonge gezin te onderhouden door het aannemen van reclame-tekenwerk. Geleidelijk aan – en zeker als hij een vaste baan krijgt in de reclame – verandert hij van getalenteerde droomprins in een kantoorman die doodmoe thuis komt en daar stil valt. Wies krijgt steeds minder het gevoel dat ze tot hem kan doordringen. En ook háár energie raakt op door de eindeloze inspanning die het huishouden in de jaren veertig van een huisvrouw en moeder vraagt (het koken van luiers!). De enige die dat nog wél heeft is het kind Celia, de latere schrijfster Sauwer  die ook in Huis en hemel zichzelf die naam gaf.
Celia hield van de mannen die aan de deur kwamen. Van de schillenboer die deuntjes met trillers floot, van zijn paard dat oogkleppen moest dragen om niet van schrik op hol te slaan en van groentenman Hoek met zijn oranje haar en zijn hikkende auto met neuswiel. (…) Het meest hield ze van de melkboer. Met zijn litermaat schepte hij de losse melk uit een zilveren bus die hij schuimend
in de melkkokers goot. De blonde haren op zijn polsen blonken in de zon. Als hij geld terug moest geven graaide hij in een rinkelende berg munten in de leren buidel aan zijn riem. Op een dag liet ze hem haar geheime papier zien waarop ze in hoofdletters het woord BIL had geschreven. Als hij al onder de indruk was toonde hij dat niet.
Sauwer heeft zich grondig verdiept in het naoorlogse Nederland waar de economie maar niet op gang wilde komen, schaarste normaal was, en de banen niet voor het oprapen lagen. Het leven voor kinderen als Celia kon nog wel spannend en boeiend zijn maar voor jonge volwassenen als Wies en Simon was het vooral heel zwaar. En zonder kleur, zoals foto's uit die tijd bewijzen. Monika Sauwer tekent die jaren overtuigend. In gewichtloos proza.

(Deze recensie verscheen in de opiniekrant Argus, 11 juni 2019)

 

Een liefde in 1945 (223 pagina's) en Héloïse en het Inwonen (150 pagina's) zijn verschenen bij de kleine uitgever Avanti en te bestellen door een mail te sturen naar yolnus@xs4all.nl
De prijs is respectievelijk € 18.50 en € 15.- inclusief verzendkosten