Het Bedrijf. Deel 1 - Opwinding

(Fragment) September 1987

Je kon Theo Bouwman altijd van ver horen aankomen. Zijn lach startte als de blaf van een grote hond en eindigde in een zachtaardig hèhèhè. Uit de verte hoorde je de lach dichterbij komen als hij deze en gene groette en de blaf liet horen, ongeacht wat er teruggezegd werd. Want Theo lachte ook graag om wat hij zelf zei. Het werd hem gegund, Theo was geliefd.
De hele staf zat al klaar terwijl hij door de gang van de derde verdieping hoorbaar de vergaderzaal naderde, ongebruikelijk laat voor zijn doen. Theo zat meestal als eerste aan de vergadertafel, om aan de eerstkomenden nog even snel wat nieuwtjes en roddels te ontfutselen voordat de vergadering begon. Nu zou hij dat na afloop moeten doen, en daarbij een pilsje of wat teveel drinken en doorzakken in het cafe als de ijskast in de vergaderzaal eenmaal leeg was.
Hans keek de tafel langs. Als marktonderzoeker was dit voor hem altijd de aardigste vergadering van de maand: alle afdelingshoofden bij elkaar. Hij had in de dagelijkse praktijk alleen te maken met de commerciële afdelingen, zoals advertentieverkoop en abonnementenwerving. Maar in de stafvergadering waren ook de productieafdeling en de administratie en personeelszaken vertegenwoordigd en verder de automatisering en de interne dienst, plus Dorothea Mijerink van de Lezersservice-winkel. En dan hoorde je hoe het echt ging met het bedrijf.
De uitgeverij lag in twee stukken verdeeld over de Kloveniersburgwal en de Raamgracht. Daartussen liepen de jongens van de interne post een paar keer per dag heen en weer om de postmappen van de ene helft van het bedrijf naar de andere te brengen. De mappen waren voorzien van kleine luchtgaatjes, alsof de documenten anders zouden stikken. Ze hadden zowel aan voor- als achterkant ettelijke adresvakjes waarop je de naam kon schrijven van degene naar wie de map nu gebracht moest worden. Hans had wel eens bedacht dat de namenlijsten op de mappen tezamen een mooi overzicht zouden kunnen geven van de communicatiepatronen in het bedrijf. Hoeveel spinnenwebben zouden er dan blijken te zijn?

 

Fragment Het Bedrijf Huispostmap 

 

De werknemers van bladenuitgeverij Weekbladpers Tijdschriften (WP-T in de dagelijkse omgang), waren een mierenstam met twee nesten en liepen steeds dezelfde route heen en weer. Net zoals mieren konden zij elkaar niet zonder meer voorbijlopen, er moest altijd even een paar woorden gewisseld worden of tenminste een handzwaai uitgewisseld, met een kleine vertraging van het looptempo.
Op de Raamgracht huisden de administratieve afdelingen en de redactie van Vrij Nederland. Op de Kloveniersburgwal zaten de afdelingen die zorgden voor lezers en advertenties en de redacties van de maandbladen: Opzij en onzeWereld.
Ver weg, in Rotterdam, woonde de norse voetbalredactie die zich maar zelden in Amsterdam vertoonde. Zij brachten naar eigen zeggen het geld in het laatje en wilden niet zien hoe dat in Amsterdam werd opgemaakt. De Weekbladpers had twee koeriers in dienst die dagelijks de missieven heen en weer brachten van de redactie van Voetbal International naar het bedrijf en omgekeerd.
Bij elkaar telde de bladenuitgeverij 200 mensen. Iedereen tutoyeerde elkaar.
Geregeld waren er plannen om het hele bedrijf samen te huisvesten en daarvoor een nieuw groot pand te zoeken. Maar het was lastig, want de twee kantoren waren oud en afgeschreven en kostten vrijwel niets. Een nieuw kantoor zou heel wat duurder uitpakken. Een adviesbureau had uitgerekend dat als je alle uren die WP-T-ers onderweg waren zou vertalen in uurlonen, er wel een ton per jaar bespaard zou worden wanneer ze allemaal op één locatie zaten. Een slimmerik had gevraagd van hoeveel kilometer per uur dat adviesbureau was uitgegaan. Na veel geblader kwam het antwoord: 4 kilometer per uur. "Dus als we een stapje harder lopen kunnen we hier blijven?" was de voorspelbare volgende vraag. De meeste werknemers van de uitgeverij waren erg gehecht aan hun werkplek. De meeste waren ook erg gehecht aan het bedrijf.

 

Terug

Bezoeken sinds 2001-03-01: 522661